16-08-16

BRIEVEN AAN CECILIA: DE KINDER- EN SCHOOLJAREN VAN JEZUS

Caspar_Goodrich_-_John_Singer_Sargent.jpg

 

Lieve Cecilia,

Het onontkoombare van een verjaardag tast het feestelijk gehalte van zo'n dag niet aan. Integendeel. Het streepje extra op de spreekwoordelijke kerfstok mag dan ook al een aanzienlijke rij voorafgaan, toch verwijst het weer naar de eens nog maagdelijke toestand ervan, de streepjesloze, toen jij met luide stem je verschijnen op deze wereldbol aankondigde en het vervolgens 365 dagen zou duren voor het eerste streepje verscheen.
Ik weet het, wij ergeren ons aan het aantal dat steeds toeneemt en waarvan de toename ons meer dan lief zichtbaar wordt.

Troostenden onder ons verwijzen naar de opgedane wijsheid, hebben het over de niet lijfelijk gerelateerde jeugdigheid en de opluchting van het niet meer moeten terwijl ze over het  'mogen' wijselijk zwijgen.

In zijn boeken 'De kinderjaren van Jezus' en 'De schooldagen van Jezus ' van nobelprijswinnaar J.M. Coetzee gaat het ook voortdurend over 'getallen'.

Om de verbinding met onze 'vorige' levens te maken, vorige levens die we als volwassenen helemaal vergeten zijn, is er volgens een van de personages uit het boek, een mogelijkheid om via transcendentale woorden waarvan uno, duo, tres (het verhaal speelt zich in Spanje af) de voornaamste zijn, de verbinding te maken met de grote onderliggende beweging van het universum of, zoals wij het liever noemen, de dans van het universum. Om de getallen te laten neerdalen  van waar ze verblijven, om te zorgen dat ze zich manifesteren in ons midden, ze gestalte te geven, verlaten we ons op de dans. (82)

cms_retina.full_cover.jpg


Coetzee is een meesterlijke verteller. Zijn hoofdpersonages, een man, Simon, en een jongen, David die op het einde van de schooldagen zeven wordt, hebben geen verleden meer. Ze hebben elkaar op een boot ontmoet. Een boot op weg naar een ander leven. De man treedt op als verteller. Het kind dat niet het zijne is zal hij bij gebrek aan ouders begeleiden, ervoor zorgen dat het een moeder krijgt en ervoor verantwoordelijk blijven zo lang dat nodig blijkt.
Het feit dat je geen 'vorig' leven moet meezeulen maakt het schijnbaar makkelijk om het nieuwe leven vorm te geven al botst de 'bezorgdheid' van de oudere voortdurend met de nog magische wereld van de jongen die zich niet makkelijk neerlegt bij wat zou horen of niet van tel zou zijn.

Recensenten putten zich uit om analogieën met bestaande bijbelfiguren en gebeurtenissen bloot te leggen maar wat mij zo aantrok in beide boeken was net de onafhankelijkheid, het wegkomen met allerlei theorieën omdat ze door een meester-verteller worden gebracht, en ja hij is al 75. Zijn verhaal stoelt op dezelfde onzekere emoties die ons bevangen als we het over essenties hebben en we dan uiteraard bij het sacrale en het magische belanden. Het  einde van het tweede boek overigens, ik wil je de inhoud niet verklappen, is nog het meest hilarische en zou je het als lezer nooit kunnen indenken bij het begin van beide boeken. En bij leven en Coetzee's welzijn kan een derde boek niet uitblijven.

Natuurlijk herken ik de uitgangspunten: zouden we niet beter de kinderen getallen laten dansen in plaats van hen te vroeg op te zadelen met de utiliteit ervan. Als ik zie hoe zelfs in de kleuterscholen testen en 'oefeningen voor later' het halen op de magie van het verhaal en de beweging dan begrijp ik best dat het resultaat van dat 'beste' onderwijs van Europa menselijk gezien niet veel vreugde en vrede heeft bijgebracht.

'Alsof de aarde haar neerwaartse kracht heeft verloren lijkt de jongen al zijn lichaamsgewicht af te werpen, zuiver licht te worden.  De logica van de dans ontgaat hem volledig, maar hij weet dat wat zich voor hem afspeelt buitengewoon is; en uit die stilte die neerdaalt in de aula maakt hij op dat de mensen uit Estrella het ook buitengewoon vinden.
De getallen zijn integraal en geslachtsloos, zei Anna Magdalena; hun manieren van liefhebben en zich vereningen gaan ons begrip te boven.  Daarom kunnen ze alleen door de geslachtsloze wezens omlaag worden geroepen.  Nou, het wezen dat voor hen danst is kind noch man, jongen noch meisje; hij zou zelfs zeggen lichaam noch geest.  Met zijn ogen dicht, zijn mond open, in vervoering, zweeft David met zoveel vloeiende gratie door de passen dat de tijd stil blijft staan. Te geboeid om zelfs maar te ademen fluistert hij, Simon, bij zichzelf: denk hieraan! Als je in de toekomst ooit in de verleiding komt aan hem te twijfelen, denk hier dan aan!
(297)

Terwijl ik de tekst overschreef bekroop mij toch lichtelijk weer het gevoel van 'la pureté dangereuse', de eeuwige Rousseau die zijn kop opsteekt, zeker in deze tijden van twijfel en onzekerheid.  De zuivere geesten horen in mijn wereld thuis bij waspoeders en ontsmettingsmiddelen.  Ik heb het voor onze onzuiverheid, onze tweespalt, en daar staat geen leeftijd op, wel groeiende zelfkennis en de daarmee verbonden verantwoordelijkheid.
Onafgezien daarvan geloof ik wel in onze overgave, ons benaderen van het mysterieuze en het sacrale in onszelf en de anderen.

Mijn briefje voor je verjaardag, lieve Cecilia zetten we persoonlijk verder als je weer in het land bent en de herfst de schoonheid van het verdwijnen tentoonspreidt, noodzakelijk voor de volgende  lente. De boeken liggen hier voor jou klaar.

(De kinderjaren van Jezus en de schooldagen van Jezus zijn uitgegeven bij Cossee in A'dam. De schooldagen was de eerste vertaling van het werk. )

472660425.jpg

13:07 Gepost door indestilte

07-08-16

A POSTCARD FROM RIO-JOSEPH BRODSKY-

olympic-flag-christ-the-redeemer-rio-de-janeiro-Reuters-640x480.jpg

 

A POSTCARD FROM RIO

for Hans Christoph Bush

 

Come to Rio, oh come to Rio,

grow a beard and change your bio.

Here the rich get richer, the poor get poorer,

here each old man is a Sturmbannführer.

 

Come to Rio, oh come to Rio,

there is no other city with such a brio.

There are phones made by Simens, there even Jews

drive around like crazy in VW’s.

 

Come to Rio, oh come to Rio,

here Urania rules, and no trace of Clio.

Buildings ape Corbusier, a beehive-cum-waffle;

but this time you won’t blame it on the Luftwaffe.

 

Come to Rio, oh come to Rio,

here the junta indulges in onomatopoeia

on the subject of freedom, while birds in flight

use of course both wings, but both wings are right.

 

Come to Rio, oh come to Rio,

Here every bird sings “O sole mio”

So do fish wen they’re caught, so our northern geese

do in winter here, in Portuguese.

 

Come to Rio, oh come to Rio.

If you come in duo, you will leave as trio.

If you come alone, you will leave with zero

in your thoughts as worthy as a cruzeiro.

 

JOSEPH BRODSKY

930_g.jpg

Joseph Brodsky: „Der sterbliche Dichter. Über Literatur, Liebschaften und Langeweile“. Essays. Aus dem Amerikanischen von Sylvia List. Fischer Taschenbuch, Frankfurt am Main 2000. 320 S., br., 12,90 €.

 

Wil ik me even in jouw gezelschap veiliger voelen, goede Joseph
want de wereld raast
o sole mio
roept in de Filipijnen een gekozen president die moordend orde denkt te scheppen
o sole mio
roept in Iran de beul die net zo’n twintig jongens en een atoomgeleerde heeft opgehangen,
allemaal terroristen weet je wel en hou je mond want we vechten toch samen tegen IS,
o sole mio
roepen de militairen in Thailand, kijk burgers wie voor rust en orde is
neemt best de (onze) nieuwe grondwet au sérieux
o sole mio
zingen de rechters die hun zittingszaaltje schilderen
terwijl de moeders hun jongens naar de hel mogen sturen,
sorry, een procedurefoutje weet je wel
o sole mio

en deze nacht hebben een drietal jeugdigen volgens de buren
de bloemen van onze vensterbanken op straat gegooid

ze waren nochthans prachtig wit en hielden hun mond,

de bloemen.

des_temps_compos_s_.jpg

 

16:49 Gepost door indestilte

03-07-16

YVES BONNEFOY VOOR ALTIJD 93

4962337_6_8c45_france-paris-2001-portrait-d-yves-bonnefoy_325403f1a021021c234ae4a4e2a0bb2b.jpg

Sur un éros de bronze

 

Tu vieillissais dans les plis
De la grisaille divine.
Qui est venu, d' une lampe.
Empourprer ton horizon nu ?

L'enfant sans hâte ni bruit
T'a découvert une route. —
Ce n'est pas que l'antique nuit
En toi ne s'angoisse plus.

Le même enfant volant bas
Dans la ténèbre des voûtes
A saisi ce cœur et l'emporte
Dans le feuillage inconnu.

 

a285a77db5f2a52ee6c4c67f85e3700d.jpg

01:24 Gepost door indestilte

02-07-16

GEOFFREY HILL 84 VOOR ALTIJD

geoffreyhill_2762675b.jpg

 

 

 Ovid in the Third Reich

non peccat, quaecumque potest peccasse negare,
solaque famosam culpa professa facit.

Amores, III, xiv

I love my work and my children. God   
Is distant, difficult. Things happen.   
Too near the ancient troughs of blood   
Innocence is no earthly weapon.
 
I have learned one thing: not to look down
So much upon the damned. They, in their sphere,   
Harmonize strangely with the divine
Love. I, in mine, celebrate the love-choir.
 
Geoffrey Hill, “Ovid in the Third Reich” from New and Collected Poems, 1952-1992. Copyright © 1994 by Geoffrey Hill. Used with the permission of Houghton Mifflin Company. All rights reserved.
 

100 views of the drowning world_d.jpg

10:55 Gepost door indestilte

17-06-16

NARCISSUS

800px-Narcissus-Caravaggio_(1594-96)_edited.jpg

Ach, zei Narcissus,
het feit dat ik geen minnaars wil
ligt aan de lat die ik hoog leg,
het zou immers storm lopen
mocht ik al degenen die mijn schoonheid
hongerig maken hier vermelden
terwijl ik meer verlang,
diepte bijvoorbeeld, aandacht voor mijn zielenleed.

Wie zou met mijn gestalte niet mensenschuw worden,
Weten dat mijn aanblik jongens en meisjes laat verbleken,
dat ik schoonheid met een hoofdletter vertegenwoordig
en ik de onschuld dronk met melk uit de moederborst.

Zij was een nimf, mama Leriope, en vader heerste
als een god over elke rivier en was in elke haven thuis.
Waarom mij mengen onder morrend volk,
mij meten met hun luid geschreeuw op elke zomerweide?

Ik heb het voor de groene stilte waarin dieren het leven
met woordeloze eenvoud vieren en bloemen zich geen
vragen stellen noch de loop der sterren iemand zorgen baart
terwijl ik op eenzame hoogte volkomenheid presenteer.

En ja, van goede huize was juffrouw Echo en lief dat wel,
maar soms helpt onverschilligheid beter dan een knikje
of een handtekening, maakt een rug duidelijker dan een glimlach
dat ik het hogere ben toegewijd, gehijg niet bij schoonheid hoort.

De hoofdrol in een tragedie of een uitstap naar onbetreden streken
beloofde zij, ze wilde zelfs mijn Attisch gratis corrigeren en liet
bij een gekende toondichter een moderne elegie componeren,
elke avond uitgevoerd door het puikje van een opera-huis.

carla van de puttelaar1998_1_20.jpg



Hooghartig was ik niet,maar bij zoveel zieligheid past kijken
naar een andere kant dan vanwaar zij nog slechts de laatste woorden
kon herhalen van elke menselijke zin en dit geluid het enige bleek
dat van haar overbleef, sindsdien ter nagedachtenis ‘echo’ genoemd.

De nimfenclub  nam het voor haar op en deed bij Afrodite haar verhaal.
Ik was de macho doof voor het gezucht van verliefde zielen.
Kan ik nu donder en bliksem verwachten of een aanstormende rivier,
Word ik weldra met een lans doorboord of krijg ik gif als nagerecht?


Integendeel, het laatste restje wolken verdampte snel en
ik begon te geloven dat deze ega van een stevige godensmid
mij net als Ares op het aambeeld van haar vurige liefde wilde:
al ben ik Ganymedes niet, ik ben een jongen die best van wanten weet.

Geen zuchtje wind, alleen het rimpelloze vijver-oppervlak,
een mooie plek, nog door geen mensenvoet betreden naar ik meen.
Laat me mijn lippen vochtig maken,een glans van  waterparels
verhevigt wellicht haar verlangen om mij intens en lang te kussen.

O…

Narcissus-and-Echo-960x463.jpg



En zie hoe hij zich verlangend buigt over de rimpelloze waterspiegel,
hoe hij, naar het listig plan van de godin, verliefd wordt op de jongen
in de diepte van het heldere water en hij bezeten door zijn eigen beeld
hem kussen wil, maar bij ’t rimpelen van de vijver hem niet vinden kan
en wacht tot hij weer zichtbaar is en dan opnieuw hem doet verdwijnen,
wel honderd, neen meer dan duizend maal  en elke dag opnieuw van
bij het eerste licht tot de sterren en de maan hem uitgeput verlossen.

Is liefde soms verwoestend, eigenwaan verscheurt de ziel, verbrandt
de laatste restjes hoop. De enge cirkels rond het eigen ik verlammen
vlug het hart en wie het overleeft wil dat anderen  oorzaak van dit
lijden zijn: wie alleen leegte kent, denkt dat iedereen uit leegte handelt.

Dictators allerhande en moederskinderen weten wat ik bedoel.
Blijf er ver vandaan.

 

the-beautiful-narcissus-honore-daumier.jpg

15:36 Gepost door indestilte

10-06-16

LETTERS

BrianDettmer-Book-Sculpting-4-498x747.jpg

 

Ook letters,
liefjes uit de molen
waar gedachtengraan gemalen wordt
liegen:

los van leven
tot vonissen
boute uitspraken
en vrolijke kreten
verbrijzeld
tot
wat wij woordeloos wisten en
nu in linnen zakken boekweit heet.

Uit de duizendknoop-familie
en gluten-vrij
zelfs in het kussen voor het slapeloze hoofd
boert hiervan de burgermaag
geheel naar voorschrift: veilig en gezond.

Letters
horen in de soep, meneer.

Avec-des-lettres-des-mots-a21175000.jpg

00:12 Gepost door indestilte

01-05-16

ZONDAGS MOMENT: LICHT

P5010014.jpg

 


Je dacht dat de zuiderse tengels van el niño de eerste maanden van het jaar hadden omgetoverd tot een intro naar het zoele van een magische lente waarin de dagen zich als mooie mensen zouden uitrekken in een overdaad aan vroeg groen en verse ontluikende bloemen. Eens echter februari zijn korte staart had ingetrokken draaide de aardse adem naar noord-oost en bleef daar tot op deze eerste mei geblokkeerd, strooide overvloedig licht op de ongeduldige seringen die zich nu in bevend paars gekleed  afvragen waarom de merels desondanks elke tuin met hun prachtig geroep blijven versieren.

 

P5010017.jpg
Maar kijk. De varens, mijn oude uitwaaierende gedachten, ontrollen zich. Ze weten dat er de volgende zondag stemmen in de tuinen zullen hangen, keuvelende geluiden van winterkinderen die hun verhalen vertellen waarin de woorden ‘eindelijk’, en ‘ge zoudt denken dat’ weerklinken waardoor de maandag minder grijnzend om de hoek van de nieuwe week komt kijken.

Onze engel-zonder-naam bekijkt het glimlachend. Hij is de tijd ontstegen, woont hier sinds jaren en zingt geluidloos over het licht dat zich steeds weer door de donkere tijden boort.
Echte engelen hebben een mysterieuze glimlach. Hij strekt zijn armpjes voor zich uit, en het lijkt alsof hij met een onzichtbare smartphone een selfie wil maken.

1.jpg


Maar dat is een vergissing.  Engelen hebben geen zelfbevestiging nodig. Hun aanwezigheid heeft een hoog tussen-hemel-en-aarde-gehalte. Hij meet de maat. Kijk maar. Hij meet onze maat maar verlangt niet dadelijk een hemels resultaat. Ook het ‘dicht-bij-de-grond’ is hem niet vreemd.  Zijn innerlijke voorraad licht weet dat de eenvoudige lieden die bij nacht in de velden lagen de eerste waren om de geboorte van een goddelijke kind te vernemen.

Ja, de nachten in de velden waar we wakker liggen van de schaapjes die maar niet op het droge willen inslapen. We hebben vaak samen in de nachten van ons kort bestaan naar de hemel geloerd waar alleen het lichtje van het internationaal ruimtestation voorbijtrekt.

P5010018b.jpg

 
Wat doet een schaapje op het droge, vraagt onze engel. Een echt schaap staat met zijn vier poten in het malse natte gras. Vang het licht in een mooie fles uit je antiek-winkel, kijk hoe het op zondag 1 mei 2016 overvloedig gratis en voor niets de koude dag vulde en nu, rond half vijf nog geen goesting heeft om achter de horizon weg te kruipen.
Voilà, onbekende lezer: hier is dat licht, een scheutje licht van wat er in het einderloze schuilt. Ja, einder-loos.
Vanwaar we komen en waarin we weer oplossen.
Hij blijft glimlachen, onze houten engel met de glazen-ogen.

3.jpg

 

 

16:37 Gepost door indestilte

28-04-16

VOORZICHTIGE OMSCHRIJVINGEN VAN EEN TRAGE AANWEZIGHEID (5)

 

the-art-science-company-valuations.jpg

 

De filoloog Giambattista Vico (1668-1744) werd voor meerdere filosofische karren gespannen, maar Cassirer zet hem als een der eersten voor een constructieve organisatie van de geesteswetenschappen.

‘Al bij hem vinden we het idee dat deze organisatie zich tegenover de logica van de wiskunde en de mathematische natuurwetenschap volstrekt zelfstandig zou moeten opstellen, en op eigen kenmerkende grondslagen moet berusten.’ (121)

Zowel de wetenschap waarin de ruimtelijke wereld , onderwerp van de geometrie, als de wereld van het lichaam, onderwerp van de fysica, berusten net als de geschiedenis op algemeen geldige principes die in het wezen van de menselijke geest hun grond vinden.
Zoals de geometrie niet alleen de wereld van de afmetingen beschouwt maar daaruit elementen construeert en voortbrengt, zo is dezelfde vooruitgang in de wereld van de geest niet alleen mogelijk maar zelfs noodzakelijk.

Je zou kunnen zeggen dat in de wereld van de geschiedenis er meer concrete realiteit en waarheid aanwezig is omdat de ordening van de mensenwereld vergeleken met de punten en lijnen meer realiteitswaarde heeft, dixit Cassirer al kan aan die stelling onmiddellijk getwijfeld worden zoals dat hoort in een goed filosofisch betoog.

ancient-hunter.png


Daarmee is de taak van de algemene logica van de geesteswetenschappen bepaald, gelijkwaardig aan die van de wiskunde en de natuurwetenschap.
In de filosofie zien we die stelling werkelijkheid worden na Kant, in de speculatieve systemen van Fichte, Schelling en Hegel.
Vooral Hegels fenomenologie en logica omvatten een sluitend en fundamenteel ontwerp van de concrete totaliteit van het geestelijk leven in de volheid van zijn vele verschijningsvormen.
Echter.
De inhoud van de hegeliaanse logica was onlosmakelijk verbonden met haar vorm, namelijk die van de dialectische methode.  Laat je deze vorm achterwege dan viel het geheel van de problemen, samengehouden door de eenheid van een metafysisch principe weer uiteen in een veelvoud aan afzonderlijke, louter methodologische vragen.
Want het was met name de methodologie van de geschiedeniswetenschap die zich van die van de wiskunde en de mathematische natuurwetenschap probeerde los te maken om een eigen plaats te veroveren. (122)
Je moest de logica van de geschiedeniswetenschap afbakenen door middel van de ‘idiografische’ methode ten opzichte van de ‘nomothetische’ methode van de natuurwetenschappen.

(idiografische:  idios= eigen, graphein= schrijven: studie van het gedrag dat het individu uniek maakt, tegenover nomos= wet: studie van groepen om algemene conclusies te trekken)
Het eerste moet je dus bij de alfawetenschappen gebruiken -geschiedenis en etnografie-, het tweede bij de bèta-wetenschappen om wetmatigheden te ontdekken)

2410087E00000578-2874373-All_of_the_images_are_painted_by_hand_but_are_inspired_by_micros-a-14_1418649699238.jpg


Cassirer noemt dit methodologisch onderscheid waardevol op zichzelf maar …het was een grove overschatting te geloven dat hiermee het eigenlijke fundament voor de opbouw van geestes- en cultuurwetenschappen zou zijn gevonden.
De reflectie op de vorm en de eigenheid van de historische kennis zegt namelijk op zich niets over de inhoud van deze kennis. (122)

Wil je die bepalen moet je vanuit die vorm van de historische kennis teruggaan naar de inhoud en het wezen van datgene  wat in de historische ontwikkeling optreedt.
(iedere geschiedenis heeft als concrete geschiedenis een bepaald subject: de geschiedenis van de staat, van het recht, de godsdienst, enz.)

52a5d15180eda.jpg


‘Deze constructies vallen echter niet geheel samen met de loutere uiterlijkheid van hun verschillende historische verschijningsvormen, maar openbaren in deze uiterlijkheid een innerlijk geestelijk principe.  De taal en de religie, de kunst en de mythe, bezitten elk een zelfstandige, van andere geestelijke vormen duidelijk onderscheiden structuur - ze zijn elk een eigen ‘modaliteit’ van het geestelijk begripsvermogen en de geestelijke vorming.’ (123)
De logica van de geschiedenis kan geen overzicht over het geheel van deze modaliteiten geven, over datgene wat het wezen van elk van hen uitmaakt en ze van het wezen van anderen onderscheidt.
‘Deze behoort namelijk, hoezeer zij zich ook onderscheidt van de logica van de mathematische natuurwetenschap, in principe nog steeds tot dezelfde dimensie van het denken.  Ze beweegt zich volstrekt binnen één enkele modaliteit, namelijk die van het kennen.’

Je komt daarmee steeds weer uit op de uitspraak van Descartes: de kennis op zich, de ‘humana sapientia’ is, ongeacht op hoeveel voorwerpen ze zich ook richt, toch altijd één en dezelfde en ontvangt van de verscheidenheid der dingen niet veel meer onderscheid dan het licht van de zon dat wordt weerkaatst door de verschillende objecten die het verlicht.

Nu kun je je afvragen of door die uitbreiding de logica niet haar vaststaande, traditionele begrip en eenduidige bepaling van dat begrip prijsgeeft.
Kan er op een andere manier dan in de overdrachtelijke zin, anders dan door middel van een metafoor, worden gesproken over een logica van de niet wetenschappelijke formaties?

Een dergelijke uitbreiding van het begrip logica, zegt Cassirer is niet alleen toegestaan maar het is de traditie zelf die meerdere zelfstandige aanzetten hiertoe biedt.
‘Zelfs de term ‘logica’ geeft aan dat reflectie op de vorm van het kennen van oorsprong nauw verweven is met de reflectie op de vorm van de taal.


En in onze tijd zal niemand nog het ideaal van de filosofische grammatica nieuw leven willen inblazen in die zin dat men de wetten van de taal simpelweg zou willen afleiden en deducren van die van het denken en concluderen.
Het idee van een ‘grammaire générale et raisonnée’ dat wetenschappers in de zeventiende en de achttiende eeuw steeds boeide lijkt nu door de historische en psychologische benadering  van de taal voorgoed voorbij te zijn. (124)

Maar dan komen er vragen.
‘Het lijkt lastiger een verband aan te wijzen tussen de logische en de eshetische wetmatigheden: want in de kunst verschijnt een structuur namelijk als een werkelijkheid sui generis, die alleen vanuit zijn eigen vormgevingsprincipe kan worden begrepen.

De rangorde? Wat denk je van de naam ‘gnoseologia inferior’, kenleer van de ‘lage vermogens van de ziel’? Een term uit de achttiende eeuw.
De logica van de verbeeldingskracht zal het tot in de 21ste eeuw moeten afleggen tegen de ‘lichtelijke’ overschatting van het geroemde geïsoleerde wetenschappelijk denken in onze schoolse opleidingen.
Een mythe? Laten we die vraag onbeantwoord en ons concentreren op de eigenheid waaruit de logica van de fantasie in het filosofische denken zijn intrede zou gedaan hebben. 

esp-street-stone-arte-antiguo-hipster-2.jpg

18:25 Gepost door indestilte

23-04-16

VOORZICHTIGE OMSCHRIJVINGEN VAN EEN TRAGE AANWEZIGHEID (4)

street-chalk-art-optical-illusion-6.jpg

 

Herlees je de zin waarmee een van de weinige opstellen in het Nederlands vertaald van Ernst Cassirer (1874-1945) opent:
‘De logica is zich pas bewust geworden van haar eigenlijke filosofische taak en haar systematische vorm doordat ze zich gelijktijdig ontwikkelde met het wetenschappelijk denken en zich hierop oriënteerde.’
dan vermoed je dat de probleemstelling al in de bewering vervlochten is:

‘Pas aan de hand van de bijzondere problemen die de methodiek van de afzonderlijke wetenschappen stelde, realiseerde ze zich haar algemene en alomvattende problemen.’

Bestond de wederzijdse realtie al sinds de grondlegging van de wetenschappelijke filosofie in de ideeënleer van Plato met in die platoonse dialectiek wat wij tegenwoordig ‘logica’ noemen, dan merk je dat ze geen eigen naam heeft en inhoudelijk nog nauw samenhangt met de methodeleer van de afzonderlijke wetenschappen.
De uitdrukking ‘logon didonai’ waarop alle filosofie is gericht is het begripsmatige ‘verantwoording’ afleggen en betreft evenzeer de inhoud van de kennis als de zuivere vorm ervan.
Cassirer geeft als voorbeeld  de geometrie in de Meno.


‘Deze ontdekking van de analytische methode van de geometrie legde de basis voor de algemene analyse van logische gevolgtrekkingen en beslissingen zoals we die terugvinden in de analytische werken van Aristoteles.’

opptest61.jpg


De eigenlijke dialectische kunst van het onderscheiden en verbinden is nog geen duidelijk zelfstandige logische techniek.
‘De leer van het logische begrip, van zijn klassen en soorten, toont eerder verwantschap met het probleem van de systematische classificatie in de beschrijvende natuurwertenschappen.’ (120)


Al onderscheiden de logische vormen zich scherp van de natuurlijke vormen, toch zijn ze niet onmiddellijk te kennen.
In deze versie van het probleem blijft bij Plato de grondtendens van de socratische leer van de begripsvorming, het principe van de socratische ‘inductie’, werkzaam.

‘En ook  de moderne logica (geschreven in 1926) is in die zin een logica van wetenschappelijke kennis gebleven, en wel in het bijzonder een logica van de wiskunde en de mathematische natuurwetenschappen.’
Nicolaas Cusamus (1401-1464), nog helemaal in beslag genomen door de problemen van de middeleeuwe scholastiek stelde echter:
‘Nihil certi habemus in nostra scientia nisi nostra mathematica’
en daarmee de basis legt voor een nieuwere vorm van filosoferen omdat hij tegenover de scholastiek een nieuw ideaal plaatst van ‘exactheid’, van praecisio van de kennis.

Volg je dan de ontwikkelingsgang in het licht (ja zelfs het ‘helderste licht’ schrijft Cassirer!) van de historische en systematische kennis tot bij Descartes, Leibniz en Kant dan blijft er niet veel ruimte  voor een andere conclusie dan dat de logica als logica van de zuiverste kennis niets anders kan zijn dan de logica van de mathematische natuurwetenschap.
En die conclusie vormt  de de kern en betekenis van een nieuwe filosofische methode waarvoor Kant de basis heeft gelegd: ‘de transcendentale methode’.
Voilà.
En zelfs de ontwikkeling die de wiskunde en de theoretische fysica sinds Kant heeft doorgemaakt lijkt deze samenhang niet alleen te bevestigen, maar zelfs vanuit een nieuwe invalshoek te versterken.

‘De expansie van de niet-euclidische geometrie, de veranderde definitie van de begrippen ruimte en tijd en de onderlinge verhouding daartussen die het gevolg was van de relativiteitstheorie, grijpt diep in de vormgeving van de algemene kenleer in en heeft deze voor een groot aantal nieuwe en vruchtbare taken gesteld.’ (121)

Maar op filosofische kousenvoeten schuift Cassirer de volgende zin onder zoveel stelligheid:
‘Veel complexer is van het begin af aan de verhouding tussen de logica als algemene ‘wetenschapsleer’ en het systeem van de ‘geesteswetenschappen’.
Laten we die volgende stap moedig zetten in een volgende bijlage. We zijn in bijzonder goed gezelschap.

 

ShadowProjection-large.jpg

 

13:51 Gepost door indestilte

20-04-16

VOORZICHTIGE OMSCHRIJVINGEN VAN EEN TRAGE AANWEZIGHEID (3)

homeboaboa-envsrcboawebsitesite_mediabig-julie.jpg

Het zou een manier van associërend denken kunnen zijn:  je brengt elementen samen die op het eerste gezicht zelfstandig genoeg betekenis hebben om op zichzelf af te zijn, maar die verwijzend en zelfs samengebracht wegen openen die je eigen denken en invoelen uitdagen, en je de moed geven uit je ‘comfort-zone’ te komen zonder in eindeloze en onvruchtbare interpretaties te vervallen.

Meestal is ons ‘verzamelen’ van elementen gebonden aan te vaste uitgangspunten (illustraties) en worden onderdelen alleen maar bewijzen voor het uitgangspunt dat op die manier zijn avontuurlijkheid verliest.
In de lagere school moesten wij voortdurend ‘prentjes’ verzamelen bij de lesonderwerpen, een educatieve poging van de overigens bekwame broeders van liefde om hun onderwijs ‘aanschouwelijk’ te maken.
Je zou dus ook moeten investeren in ‘beschouwend’ onderwijs, dat naast het ‘aandachtige’ aspect het bespiegelende, overdenkende en overwegende element aanbrengt.

Is het uitgangspunt: ‘wat denk jij over dit onderwerp’ al een stap in die richting, de vraag ‘denk-jij?’ is wellicht belangrijker.  Het ontwikkelen van de veelvuldige denkkracht van een groepje mensen zou zich niet tot het verwerken van leerstof mogen beperken waaraan vaak ten onrechte het denkvermogen wordt afgemeten. Een klas bestaat uit een aantal verschillende ‘zelven’ die op hun manier zich van de werkelijkheid bewust zijn en van nieuwe werkelijkheden bewust kunnen worden.
De leerstof-school vergeet dat het ‘zelf’ als ‘zelfproces’ een noodzakelijke voorwaarde tot bewustzijn is. Ontleed je dat proces dan kun je dat proces langs twee gezichtspunten bekijken.  

contrast-of-object-1930.jpg


‘Het ene is het gezichtspunt van een waarnemer die een dynamisch object taxeert: het dynamisch object dat bestaat uit bepaalde werkingen van een geest, bepaalde kenmerken van gedrag en een bepaalde levensgeschiedenis.  Het andere gezichtspunt is persoonlijk en heeft een beperkte reikwijdte. Het is het gezichtspunt van het zelf als kenner, het proces dat een richtpunt geeft aan onze ervartingen en ons uiteindelijk over die ervaringen laat nadenken.’
(Antonio Damasio, Het zelf wordt zich bewust, Hersenen, bewustzijn, ik, p20)

En nog belangrijker:
‘-wat het de geest mogelijk maakt te weten dat zulke domeinen -lichaam, geest, heden en verleden en al het andere- bestaan en toebehoren aan hun mentale eigenaars, is dat de waarneming van elk van deze dingen emoties en gevoelens wekt en dat gevoelens op hun beurt scheiding aanbrengen tussen de inhouden die tot het zelf behoren en de inhouden die dat niet doen. Vanuit mijn perspectief werken zulke gevoelens als stempels.  Zij zijn de op emotie gebaseerde signalen die ik somatische stempels noem.  Wanneer inhouden die tot het zelf behoren zich in de stroom van het bewustzijn voordoen, wordt er een stempel op gezet dat zich in de bewustzijnsstroom voegt als voorstelling, naast de voorstelling die daartoe aanleiding heeft gegeven.  Deze gevoelens brengen een onderscheid aan tussen zelf en niet-zelf. Ze zijn, in een notendop, gevoelens van kennen.’ (p21-22)

Het denken is dus een erg lichamelijke bezigheid door het unieke feit dat onze hersenen steeds in contact blijven met dat lichaam waardoor wij voorstellingen kunnen maken van onze eigen lichamelijkheid en haar gevolgen.   

the-woman-and-the-child-1922.jpg


‘Vanwege deze merkwaardige ordening kan de representatie van de wereld buiten het lichaam slechts de hersenen binnenkomen via het lichaam zelf, namelijk via de oppervlakte ervan.Het lichaam en de omringende omgeving zijn met elkaar in interactie en de veranderingen in het lichaam die door de interactie worden veroorzaakt, worden in de hersenen in kaart gebracht.  Het is zeker waar dat de geest via de hersenen van de buitenwereld op de hoogte wordt gesteld, maar het is even waar dat de hersenen slechts via het lichaam kunnen worden geïnformeerd.’ (p112)

Ik vermeld deze kenmerken rondom ‘gevoelens’ en ‘lichamelijkheid’ die de hedendaagse neurologie wetenschappelijk probeert te duiden om de plaats van beide componenten te beklemtonen in de vorming van het zelf dat zich bewust wordt.
Vaak zijn het de grote afwezigen in onze leerprocessen of wat dat daarvoor moet doorgaan.
De oude tegenstelling tussen geest en lijf blijkt hardnekkiger te zijn dan wat we nu wetenschappelijk kunnen duiden net zoals gevoelens nog steeds aan het denken worden ondergeschikt waar ze in feite bij de oorzaken ervan horen.
En dan wordt het tijd om naar filosoof Ernst Cassirer te gaan luisteren:

‘De logica is zich pas bewust geworden van haar eigenlijke filosofische taak en haar systematische vorm doordat ze zich gelijktijdig ontwikkelde met het wetenschappelijk denken en zich hierop gelijktijdig steeds oriënteerde.’

En zo begint een opstel van deze wijze man waarin de begripsvormen van het mythische en het symbolische denken worden onderzocht.
Hebben we uit angst voor de lange nacht voor en na onze dag van de roos Gabriël en Hermes opgeroepen of speelt de mythe een wezenlijke rol in het begrijpen van de hedendaagse mens?

mohikanen.jpeg

12:24 Gepost door indestilte

17-04-16

ZONDAGS MOMENT: ROZEN UIT ADONIS' TUINEN (FERNANDO PESSOA)

XVM64e0413e-ffbe-11e4-a526-407458b54e5a-805x453.jpg

 De rozen uit Adonis’ tuinen,
De vluchtigen, bemin ik, Lydia, rozen
Wiens dag van ontluiken
Hun dag van sterven is:

Eeuwig is het licht voor hen,
Al bij zonsopgang geboren, verwelken zij
Voor Apollo’ s wagen
Zijn zichtbare weg gereden heeft.

Maken wij zo ons leven tot een dag,
Onwetend, Lydia, uit vrije wil,
Dat er nacht is vòòr en na
Het beetje dat wij duren.

 (11.7.1914)
Ricardo Reis (Fernando Pessoa) Oden.

As rosas amo dos jardins de Adònis,
Essas volucres amo, Lidia, rosas,
           Que em o dia em que nascem,
           Em esse dia morrem.

A luz para elas é eterna, porque
Nascem nascido jà o sol, e acabam
            Antes que Apolo deixe
            O seu curso visivel.

Assim façamos nossa vida um dia,
Inscientes, Lidia, voluntariamente
            Que hà noite antes e apos
            O pouco que duramos.

 

39b27ad71b775bcfea2110eda32baaa3.jpg

(Berthe Morisot (1840-1895), Enfant dans le jardin des roses)

18:20 Gepost door indestilte

15-04-16

VOORZICHTIGE OMSCHRIJVINGEN VAN EEN TRAGE AANWEZIGHEID (2)

2115558133_00cc1ebe42_z.jpg

In 'het grote geheugen' dat ons door tijd en ruimte verbindt blijkt de bode van de god(en) op diverse plaatsen te verschijnen. Springen we dus naar het oude Griekenland en laat ik Hermes zelf aan het woord.

Arcadië, zei je. Waar mijn moeder Maia, dochter van Atlas,  en alvader Zeus grensoverschrijdend gedrag in praktijk brachten: of hoe een oppergod, grenzeloos van nature en een frele bergnimf, letterlijk op de hoogte, voor de juiste mengeling zorgden waaruit ik ben geboren in een grot aldaar. Hermes die nu uit je pen gekropen komt, of  uit de juiste verbinding van toetsen en tellen op het computerscherm verschijnt.

Let op, nauwelijks enkele uren oud maakte ik een schildpad koud en bespande ik zijn schild met schapendarmen wat later ‘een lier’ zou heten. Na het musiceren ging ik op pad, pikte ik Apollo’s runderen en legde mij weer als onschuldig wicht in mijn wieg.
Neen, uedele zei ik toen hij een bekentenis uit mijn peutermond wilde horen.  Een stel runderen is hier wel vertrokken -ik had de beesten achteruit lopend naar mijn schuilplaats gedreven, de sporen liepen dus weg van mijn grot- en…
Een luid geloei onderbrak mijn verhaal.
O, is dat een meevallertje meneer Apollo, ze zijn op hun stappen teruggekeerd. Ik ben blijkbaar goed gezelschap, zeg nu zelf.

Veel drukte om niets. Mijn moeder getuigde in gezelschap van pa Zeus dat ik nooit tot zo’n wandaad in staat zou zijn, dat de dieren waarschijnlijk uit eigen beweging de grot met mijn goddelijk gezelschap hadden opgezocht maar het mocht niet baten. Tot ik hun geruzie overstemde met de fijnste klanken uit de pas ontworpen lier en Apollo door mijn spel betoverd, tranen met tuiten plengde.
Ik schonk hem na dit optreden als zoenoffer mijn instrument en hij, nog meer ontroerd, mij zijn vriendschap aanbood en daarbij als bewijs van zijn goede wil mij zijn kerykeion gaf, een met slangen omwonden staf.

Wie kunst en slimmigheid weet te mixen mag op belangstelling van mooie vrouwen rekenen. Zoek zelf maar uit wie Pan’s moeder is. Dat ik met Aphrodite zoete broodjes bakte kan een andere zoon, mijn lieve Hermaphroditus, getuigen die van dubbele kunne is om het beschaafd te zeggen.
Zelf was ik vaak in Zeus’ dienst die mij het kind toevertrouwde dat hij bij Callisto had verwekt en toen een ander liefje van de alvader, Semele, door vlammen werd verteerd, nam ik haar kind Heracles en probeerde het aan Hera’s borst te leggen want ieder die haar melk dronk werd onsterfelijk. Het joch beet echter in haar borst en de melk spoot door de lucht waardoor de melkweg is ontstaan.

Tussen mensen en goden bemiddel ik graag, ik de ‘psychopompos’, de zielengids die de gestorven ziel naar de onderwereld brengt. Patroon van de koopjes, handige prater maar raak ik je aan met mijn herautstaf dan droom je wat nog nooit is gedroomd.
Mijn gevleugelde sandalen (talaria) brengen mij als boodschapper snel naar god en mens. Tussendoor weid ik de kuddes en lees ik de toekomst uit de vlucht van vogels. In mijn vrije tijd bescherm ik de sport en haar beoefenaars.
Ik ben een woensdag-kind, de vierde dag van de week is aan mij gewijd.

264322971-zoom_prd_3s.jpg

00:13 Gepost door indestilte

13-04-16

VOORZICHTIGE OMSCHRIJVINGEN VAN EEN TRAGE AANWEZIGHEID (1)

 

3x2_68_13_GT_M_ARCHANGEL-GABRIEL_03.jpg

Telkens als jij opduikt, Gabriël, valt het woord angst.
Je probeert bij het begin van je aanwezigheid ons gerust te stellen met de uitdrukking: ’Vrees(t) niet.’
Ik probeer het beter te omschrijven want wellicht is dus vrees inderdaad  een beter woord, vrees voor het onbekende, het totaal andere.
Ik heb je in ‘Anderland’ heel vriendelijk als een soort lijfwacht getekend maar ‘Anderland’ is dan ook een kinderboek.  
Een boodschapper die iemand angst aanjaagt -ik zie in een flits mensen weglopen voor de postbode- daar kun je geen kant mee uit. Echter: het nieuws dat je brengt kan zo onbegrijpelijk zijn dat enige vlucht ervoor best te begrijpen is. Soms denk ik dat jij ‘besef’ bijbrengt. Vraag me niet welk ‘besef’ -mijn ervaring met jou beperkt zich tot het oproepen van je wezen-, de onmacht van een oude schrijver- ik citeer maar de bronnen van mensen die naar men beweert met jouw wezen in contact zouden geweest zijn.

De kortsluiting die jouw komst veroorzaakt past beter bij de omschrijving die achter het werkwoord ‘overweldigen’ schuilgaat.
Overweldigen niet in de agressieve zin, in de aanvallende betekenis, maar gewoon door je aanwezigheid: je wezen is zo groot, of beter ‘diep’ dat het net daardoor ons als totaal vreemd overkomt.  Je hebt al de dimensies in je aanwezigheid, de tijd, de beweging, de aantrekkingskracht. Aanwezigheid.

unknown-artist-st-gabriel-the-archangel-mid-12th-century-duomo-di-cefalc3b9-cefalc3b9-province-of-palermo-sicilian-autonomous-region-italy.jpg


Dat heeft niets met ons begrip ‘omvang’ te maken in de materiële betekenis dan, want de schoonheid van een grasveldje, de magerte van een dun berkenboompje is tot vormen van dit ‘overweldigen’ in staat.
Je zou het bij het ‘numineuze’ kunnen klasseren, maar daar zal de neurowetenschap best een verklaring voor hebben. Er zijn genoeg neurotransmitters in onze hersenen aanwezig om allerlei numineuze of hoog verheven stemmingen te creëeren naast  emoties die diepe dalen en peilloze afgronden met zich meebrengen.

Toch wordt jouw wezen in verband gebracht met het meest kwetsbare: het ongeboren of pas geboren leven. Ook de materniteit waarin ik zelfstandig schepsel werd, droeg jouw naam.
Het gleufje tussen de neus en de lippen van de baby wordt wel eens het straatje van Gabriël genoemd. Je zou er de baby aanraken om hem het stilzwijgen over het heilige op te leggen. Op aarde zal hij alleen het mysterie kunnen vermoeden, het bevechten of het in het beste geval ondergaan zoals de droge aarde regen verwelkomt. Ik heb als kind al graag naar regen geluisterd. Maar let wel, het mysterieuze kan best in een wiskundige formule schuilen. Het moet een (voor mij ongekende) zaligheid zijn te ervaren hoe de abstractie van het materiële inzicht over het wordende en verglijdende kan bijbrengen. Nergens zijn grenzen zo mooi als in de wiskunde vermoed ik.
Geef me de tijd om je te benaderen en zie mijn schroom als het besef dat mijn armoede in jouw naam geborgen is. Dat is al wat.

marc eemans.jpeg

01:22 Gepost door indestilte

10-04-16

EEN ONVOORZIENE GEBEURTENIS

image004.jpg

 

 Toen hij promoveerde tot doctor in de wiskunde was dat niet dadelijk omdat zijn abstraherend kunnen hoog boven alle gevoel verheven was.
Hij beleefde de wiskunde immers niet als een reeks klare verbanden, logische oorzaken en duidelijke gevolgen.
Voor hem was het de meest zuivere weg om te vinden wat hij zijn hele leven hartstochtelijk gezocht had: de dood.

De dood.
Ze had helemaal niets afschrikwekkend.
Niets van de zeis, knoken en verrotting.
Ze was een betrachting zoals andere mensen een record willen breken.
Ze was een doel zoals kunstenaars zich ooit het ultieme kunstwerk voorstellen: helemaal af, zonder smet, ontdaan van twijfel. Een hoge vorm van genieten dus.
Een beetje oneerbiedig zou men kunnen zeggen dat voor hem de dood een hobby was, een dagelijks knutselen aan iets wat je nooit kon bereiken omdat je zo nodig voor vrouw, huis en kinderen moest zorgen.

Ik vertel je dat maar om duidelijk te maken dat zijn geest niet besmet was met de drang naar zelfvernieting, levenswalg of ver doorgedreven pessimisme, oorzaken die andere mensen in de armen van de dood kunnen drijven.
Zijn streven naar het einde was een dagelijkse honger, in de hand gehouden door de klare wetten van de logica, duidelijk gemaakt door zijn verlangen om geheel gecontroleerd en naar eigen scenario de levenden te verlaten.
Hij was een levenskunstenaar naar de wat vreemde betekenis van het woord.

Omdat hij zijn nazaten niet wilde opzadelen met de gevolgen van zijn persoonlijke emoties, was hij nooit gehuwd en had hij zich op de vlakte gehouden in zijn omgang met mensen.
Hij doceerde zijn wiskundecolleges, zwom elke woensdagavond een half uurtje in het stedelijk zwembad, luisterde veel naar de radio en las alleen maar de waterstanden en weersvoorspellingen in de krant.


Zijn eerste notities maakte hij al in zijn vroege jeugd.
Toen hij benoemd werd aan een kleine universtiteit vond hij meer tijd om zich geheel aan zijn levenseinde te wijden.
Het zou dan ook een prachtwerk zijn, een opperste poging om de verwachting met de werkelijke afloop te laten overeenkomen.

maxresdefault.jpg

Voor de buitenwereld moest alles heel gewoon lijken. Bijna een ongeval.
Geen spektakel dus, geen aandacht-trekkerij. Dat liet hij over aan amateurs, stuntels en ontgoochelden.
Het ging om zijn eigen genot, het besef dat zijn berekeningen klopten tot vier spreekwoordelijke cijfers na de komma.

In de late lente van dat jaar begon hij met het defintief controleren van al zijn gegevens. Eigenlijk had hij er niet tot zijn veertigste mee willen wachten, maar er waren heel wat nevendisciplines geweest die hij zich had moeten toe-eigenen om zijn merkwaardig einde te laten lukken.

Hij maakte een uitvoerige karakterstudie van de keukenhulp, een brommerige maar overigens goedaardige vrouw die ook eenmaal per week zijn flat oprommelde.
Hij wilde namelijk nauwkeurig berekenen wanneer zij het gas zou laten openstaan, uit haast, woede of uit vergetelheid.
Dat moest volgens zijn opzoekingen gebeuren als de vrouw in haar moeilijke jaren zou komen, in dit seizoen, de herfst, twee weken na volle maan, na een rumoerige dag waarin hij haar allerlei dingen zou verwijten.

Hij maakte een reeks kansrekeningen, bestudeerde een duizendtal statistieken zodat hij haarscherp het moment kon vaststellen.
Stond de gaskraan eeenmaal open dan voorzag zijn plan dat zijn hulp onmiddellijk naar huis ging, want nogmaals: hij wilde niemand schaden bij zijn opzet.

Hij berekende verder de tijd die nodig zou zijn om in de goed geïsoleerde kamer zoveel gas te laten binnenstromen om nog net de hulpdiensten te kunnen opbellen.
Ook wilde hij zo lang mogelijk bij het bewustzijn blijven om het verloop van zijn fabelachtige plan aan de lijve te ondervinden.
De afloop interesseerde hem minder. Eens hij de hulpdiensten had gebeld wilde hij zeker zijn dat hij bij zijn aankomst, en niet eerder maar ook niet later, in het ziekenhuis zou overlijden.

giotto7.jpg

Hij bestudeerde daarvoor het traject van de ambulance, hield rekening met veertien stoplichten met variabele tijden en zestien kruispunten met voorrang van rechts.
Daarbij kwam, en dat verhoogde zijn genot, dat op het tijdstip dat hij had vooropgesteld een schip met Rijnzand voor zes minuten oponthoud aan de brug zou zorgen.
Dat schip was er elke donderdag, stipt op tijd. Mocht het door een of andere reden toch afwezig blijven dan had hij een reserve ingesteld, want door deze tijdswinst zou de ambulance moeten wachten aan spoorwegovergang nummer zestien waar de intercitty van 17.42 voorbijkwam.

Alle vertragings- of versnellingsmechanismen had hij ingebouwd, tot zelfs het humeur van de agent met dienst op de Grote Markt die naarmate het vooruitzicht op een prettige of saaie nacht het verkeer met zwier of stugheid behandelde.

Hij had er zes maanden over gedaan om de samenstelling van het stadsgas te bestuderen, samenstelling die hij in verband bracht met zijn veranderende gezondheidstoestand.

Met grote liefde had hij de wisselende snelheden van de ambulances becijferd in relatie met de karakters van hun bestuurders, en die combinatie in verband gebracht met allerlei toevalsfactoren zoals daar zijn: een onvoorzien oponthoud of een niercrisis van de ambulancier.

Hij liet zijn studenten tot vier maal toe alle gegevens narekenen zonder hen op de hoogte te brengen van het uiteindelijk doel. Daarna bepaalde hij de start van zijn plan.

Het gebeurde allemaal zoals hij het had voorzien.
Na een fikse ruzie over het huishoudgeld en haar goede naam liet ze na het mislukte roerei de gas open en verdween boos huiswaarts.
De hulpdienst kwam één minuut te laat, maar dat werd goed gemaakt door de kundigheid van de ambulancier zodat hij volgens schema net op tijd in de wagen lag.

Het schip met Rijnzand was er niet omdat er een staking bij de binnenschippers uitgebroken was, maar de intercity zorgde voor de zes minuten oponthoud.
De agent met dienst had een leuk vriendinnetje ontmoet zodat ze ook hier weer even op het tijdschema vooruit liepen, maar de wegenwerken in de Duifstraat compenseerden deze winst ruim.
Een klein verkeersongevalletje bij het elfde stoplicht werd goed gemaakt door een bus gepensioneerden die de hele weg vrijhield zodat het schema weer tot op de seconde klopte.

Deze doctor in de wiskunde zou dan ook geheel volgens plan zachtjes het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hebben bij zijn aankomst in het hospitaal.
Maar juist die donderdag was er een aardige specialiste van dienst net gepromoveerd met een proefschrift: nieuwe reanimatie-mogelijkheden bij vergiftigingsverschijnselen.

Zij redde de man en hielp hem later over zijn teleurstelling heen door met hem te trouwen en kippen, konijnen en kinderen te houden.
Verder las ze hem in zijn droefgeestige dagen voor uit de sprookjes van Andersen.
En telkens als ze over de dood las -en dat gebeurde nog al eens in een sprookje- schudde de man zijn hoofd en maakte hij het wiskundehuiswerk van zijn kinderen zodat ze nog konden buitenspelen voor het helemaal donker was.

 

4830240876_2550d0cd99_b.jpg

18:04 Gepost door indestilte

08-04-16

KLUGE STERNE

kamperen-onder-de-sterrenhemel.jpg

Die Blumen erreicht der Fuß so leicht,

Auch werden zertreten die meisten;

Man geht vorbei und tritt entzwei

Die blöden wie die dreisten.

 

Die Perlen ruhn in Meerestruhn,

Doch weiß man sie aufzuspüren;

Man bohrt ein Loch und spannt sie ins Joch,

Ins Joch von seidenen Schnüren.

 

Die Sterne sind klug, sie halten mit Fug

Von unserer Erde sich ferne;

Am Himmelszelt, als Lichter der Welt,

Stehn ewig sicher die Sterne.

 
 

Heinrich Heine: „Sämtliche Gedichte in zeitlicher Folge“. Hrsg. von Klaus Briegleb. Insel Verlag, Frankfurt am Main 1997. 917 S., br., 12,- €.

 

Andrea_Mantegna_064.jpg

17:16 Gepost door indestilte

06-04-16

BRIEVEN AAN CECILIA: KWANT EN MERLEAU-PONTY (2)

 

 

 

   a-THE-ART-OF-THE-BRICK-640x468.jpg

 


‘Ma vie m’ apparaît absolument individuelle et absolument universelle.’
(Maurice Merleau-Ponty, Sens et non-sens, Paris 1948, p.188)
Het mooie is de duidelijke bewering dat de mens niet alleen in zichzelf is geïntresseerd maar bij alles kan zijn, inter-esse.
Maakt de mens zich door expressie de werkelijkheid eigen dan gaat het daarbij om de werkelijkheid zelf die hij tot haar recht wil laten komen. (hij wil de werkelijkheid laten verschijnen, aan het licht brengen.)

‘De mens is er niet toe bestemd, geconcentreerd te zijn op zichzelf.  Hij is een intentioneel wezen.  Voordat hij enig bewust besluit neemt, visualiseert en sonaliseert hij de werkelijkheid reeds, vindt hij zichzelf al als een wezen dat door het andere gefascineerd wordt.’ (Kwant, p. 27)

Anders dan in dit ‘selfie-tijdperk’ wordt hier de (het) andere als kennisdoel gesteld.  En als ik dan Kwant’s opmerking lees: ‘Hieruit blijkt dat wij de zelfwording van de mens het best bevorderen door er niet al te veel aandacht aan te besteden, dan merk je duidelijk het intentionele:  het gaat via het (de) andere naar die veel geprezen en gezochte zelf-verwezenlijking.
Zo is ons ‘bewustzijn’ niet louter het bewustzijn van onszelf.

‘In mijn zien wordt al het zichtbare zich bewust van zichzelf, in mijn tasten wordt het tastbare bewust van zichzelf. Ik ben een stuk Zijn -de uitdrukking is te materieel- waarin het Zijn zich bewust wordt van zichzelf.  Er is geen zien omdat er een ‘ik’ is, er ontstaat een ‘ik’, een ‘subject’ omdat er zien, tasten is.’
(Kwant p. 41)

We brengen dus het Zijn mee tot stand en wordt het Zijn voor zichzelf ook toegankelijk.
Je komt dan tot uitspraken als: ‘Het Zijn denkt in ons; het Zijn spreekt in ons.’
Ik verwijs naar Sartre die de mens als ‘interiorisatie’ van zijn bestaansveld, van de wereld aanduidt.
Ook deze ‘intériorisation’ is een ontwerp, is een toewending naar buiten, naar de wereld die zichzelf als zodanig ervaart, die zichzelf in vrijheid in handen heeft, die zichzelf richt. (een beweging naar buiten die een innerlijkheid heeft!) (p.59)

Zonder die gerichtheid blijft er niets over.
Als je als kind naar school gaat wordt je gedwongen op een nieuwe wijze te existeren, tezamen met de andere kinderen in en buiten het klaslokaal.
De ervaring leert ons dat wij vaak tot innerlijke vernieuwing komen als we ons op een nieuwe wijze ons toewenden naar de wereld. Daarin verandert dus ook het innerlijke van dat nieuwe schoolkind.
Net zo gaat het met ons als we over een bepaald idee boeken lezen of college volgen en daardoor een nieuwe toewending (mooi ouderwets woord) naar de wereld ondergaan:  ander taalgebruik, het samenbrengen van tegenstellingen, het leren anticiperen op wat volgen gaat, tot de bevinding komen dat men zelf inderdaad ‘anders’ is gaan denken.

Reeds in zijn ‘Phénoménologie de la Perception’ heeft Merleau-Ponty het over het feit dat hoe dieper wij in onszelf doordringen, we daar altijd de wereld terugvinden.

Roman_school.jpg



‘Het zou wellicht beter zijn, niet het substantief ‘innerlijkheid’ te gebruiken, maar het woord ‘innerlijkheids-aspect’.  Onze existentie heeft het aspect van toewending naar de wereld en een ‘innerlijkheidsaspect’, en beide hangen onverbrekelijk samen en ontwikkelen zich met elkaar.’

Je voelt natuurlijk de tendens naar inzet en verantwoordelijkheid, Marx is niet ver weg, en de strekking uiteindelijk je te isoleren om te mediteren zal hier nog ketters aandoen.
Toch hou ik van die ‘toewending’ naar de wereld omdat ze ons dwingt de (voor-) oordelen los te laten, te onderzoeken en ze voortdurend te herbepalen.
In dat licht zou je kunnen denken dat de media eerder een verlossende taak hebben dan een telkens weer herleidende tot grootste gemene delers en kleinste gemene veelvouden, maar of dergelijke werkwijze commerciele doelen dient mag je betwijfelen en aldus…

Eerder zullen bibliotheken en colleges ons uit het dal helpen dan economische ingrepen, maar de vertaling van intellectuele arbeid naar levenswijze en samen-leving heeft tijd en inderdaad het nodige geld nodig.
Een Europese school voor diplomatie en bestuurskunde is in dit verband te verdedigen boven een Europese FBI als we het over onze innerlijke en uiterlijke veiligheid hebben.

En wat met het gejuich en gesteun uit het Lage Land bij de zee?

Referenda pijlen steeds naar de emotionele bovenlaag terwijl het mechanisme dat de samenleving maakt en stuurt zich in de diepere lagen bevindt. De ongevoeligheid voor een Europese samenleving zal niet veranderd worden door te denken dat de bovenlaag van de hete soep wel zal koelen door 'democratisch revolutionair' geblaas. Roeren, in de zin van studie en raadpleging moet in de diepte van de brei, en daar blijft denkkracht en geduld voor nodig.

 

1_-_2624_Rue_Marcelin_Berthelin_Berthelot__Choisy_le_Roi_mai_1946_.jpg

 

15:42 Gepost door indestilte

01-04-16

BRIEVEN AAN CECILIA: KWANT EN MERLEAU-PONTY

merleau-ponty-cigaret1.jpg

 


Lieve Cecilia,

Je zou kunnen denken dat de boeken in handbereik er door de ‘voorzienigheid’ zijn neergelegd als je tenminste aan die wondere kracht genoeg menselijke kentrekken toekent die ervoor zorgt dat jij ze een aardig handje hebt geholpen omdat je toch al levenslang met bepaalde domeinen bezig bent en het dus heel gewoon is er gedrukte getuigenissen her en der van aan te treffen.
Alhoewel.
Is dat geen mooi woord?
Alhoewel.
Je hebt een redenering uitgebouwd, je hebt argumenten aangehaald, voorbeelden gegeven, en dan zeg je: alhoewel.
Zouden we geen stichting in het leven roepen die dit woordje in haar wapenschild draagt?
Alhoewel.
Je stapt één van de kamertjes binnen waarin boekenrekken wachten op een definitievere plaats en dan ligt daar zo maar een aula-boekje boven op een rij: prof.dr.rc.Kwant ‘mens en expressie’ in het licht van de wijsbegeerte van Merleau-Ponty, Antwerpen-Utrecht, 1968.
Remigius Cornelis Kwant wordt dat jaar vijftig, is nog Augustijn en oogt als een gekraagde geestelijke met serieuze studax-bril, al een tijdje terug uit Parijs waar hij bij de genaamde Merleau-Ponty heeft gestudeerd en nog bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, terwijl hij in Wikipedia gewoon Kees Kwant heet, voorheen O.S.A. en toen:

"In de auto kwam plotseling de idee bij mij op dat God zelf een projectie is. Normaal denk je: de ware God zit erachter. Je hebt een denkbeeldige God die dit wil en dat wil, maar daarachter zit de ware God, het mysterie. En toen dacht ik: het is zelf een projectie, ik zit te vechten met niets. Ik ben inmiddels atheïst, probleemloos.”

waarna hij gewoon hoogleraar werd (1970) en nog tot 2012 Kees werd genoemd in plaats van Remigius Cornelis en op een gezegende leeftijd (94)  het tijdelijke met het eeuwige verwisselde.

alexandr milov .jpg


Het jaar 1968 (ik kocht het een jaartje later merk ik) maakt al ’t een en ’t ander duidelijk en in dat licht was het niet zo ongewoon dat de spreekwoordelijke wilgen druk behangen waren met priesterlijke gewaden.
Ik heb de naam ‘Kwant’ nogal dicht aanleunend bij de nieuwe fysica geassocieerd en als je Maurice Merleau-Ponty heet heb je alvast een bewijs van zijn stelling dat de mens alles tot voorwerp van expressie kan maken zelfs iets heel gewoon als je naam waarmee je gewild of niet benoemd blijft ook na het heengaan.

Het boekje, nauwelijks 180 beetje gebruinde pagina’s dik, lag daar en ik kon me niet eens herinneren waarom ik het een jaar na mijn legerdienst zou gekocht hebben, was het niet dat het woord ‘expressie’ uiteraard erg in was (Gust Bal, De Kreatieve Werkgroep, zie vorige bijdrages) en jawel in het ‘Woord Vooraf’:

‘Terwijl men er in het nabije verleden vooral op uit was, jeugdige personen in te leiden in de bestaande verworvenheden, probeert men nu ook hun expressieve vermogens wakker te roepen. Men stelt de kinderen bepaalde materialen ter hand, plaats ze in een bepaalde situatie en tracht hen ertoe te brengen, zichzelf in vrije vorm tot uitdrukking te brengen.  Op deze wijze wil men bereiken dat de jeugdige mens geen cliché-mens wordt, doch werkelijk tot zichzelf komt. Men is ervan overtuigd dat in ieder mens expressieve vermogens sluimeren en dat de ontwikkeling hiervan een wezenlijk onderdeel is van de menselijke zelfwording.  De verschillende vormen van het expressieve leven worden nijver bestudeerd.’ (p7)

Ik denk niet dat de fenomenologie in die tijd aan mij besteed was en dat ‘la chair du monde’ (“het vlees van de wereld”) wijsgerige ideeën in mij wakker maakte. Waarschijnlijk werd deze ‘pocket’ terzijde gelegd met de bedoeling hem weer ‘op het gepaste moment' ter hand te nemen en mij in de actieve dimensie van het waarnemen te verdiepen.
Het mooie is dat ik ook in de belangstelling voor zijn werk nu de namen tegenkom van Antonio Damasio en Oliver Sacks, neurologen die met filosoof Ernst Cassirer en de Duitse neurowetenschapper Gerhard Roth mijn nachtkastje en andere meditatieplaatsen bevolken.
Dat deze mensen het lichaam centraler stellen dan het cartesiaanse ‘cogito’ mag misschien al een aanduiding zijn. Het lichaam als middel van zowel waarneming als expressie -om Wikipedia te citeren- speelt een centrale rol: ‘mon corps est la texture commune de tous les objects et il est, au moins à l’ égard du monde perçu, l’ instrument général de ma compréhension.’

Une Panique au Moyen-Age, 1927.jpg


In tijden waarin het wantrouwen tegenover het lichamelijke weer op de voorgrond treedt, waarin de mij dierbare jaren 68 alle schuld van de hedendaagse miserie op hun bebloemde koppen krijgen, klinkt de uitspraak van een pleidooi voor ‘expressieve’ mensen net zo hedendaags als in de geciteerde jaren. Ik zal je er nog over berichten want de ouderdom heeft zijn traagheid die niet altijd met wijsheid maar met gewoon onvermogen te maken heeft.
Het geduld dat met de jaren kwam (beloofden mijn ouders mij menig maal) zal goed gezelschap zijn als het niet uithuizig is en zich gewoon met deugddoende luiheid camoufleert.

 

Portrait_of_a_Young_Boy_5_by_millesime.jpg

11:34 Gepost door indestilte

29-03-16

JIM HARRISON (78) VOOR ALTIJD IN LETTERS LEVEND (1937-2016)

Jim-Harrison-Illustration-e1352143560814.jpg

 

Seven in the Woods

Am I as old as I am?
Maybe not. Time is a mystery
that can tip us upside down.
Yesterday I was seven in the woods,
a bandage covering my blind eye,
in a bedroll Mother made me
so I could sleep out in the woods
far from people. A garter snake glided by
without noticing me. A chickadee
landed on my bare toe, so light
she wasn’t believable. The night
had been long and the treetops
thick with a trillion stars. Who
was I, half-blind on the forest floor
who was I at age seven? Sixty-eight
years later I can still inhabit that boy’s
body without thinking of the time between.
It is the burden of life to be many ages
without seeing the end of time.

jim-harrison2.jpg

 

09:20 Gepost door indestilte

26-03-16

PAASBRIEF AAN CECILIA: DE MYTHE VAN HET TERRORISME (UMBERTO GALIMBERTI)

Princess-Tower.jpg



Lieve Cecilia,

Paaszaterdag was in mijn jeugd de dag van het paaseieren rapen na de hoorbare terugkeer van de klokken. Slechts later werd die terugkeer met de paasnacht verbonden en verloor deze zaterdag zijn oorspronkelijke blijheid en kwam hij terecht onder de wat voorspelbare noemer ‘stille zaterdag’.

Natuurlijk kun je de stilte van deze week als de stilte na de storm interpreteren. Menig goed mens is tussen het gedruis opgestaan om te roepen dat ze ons niet klein krijgen, dat we allleen in de solidariteit en de verbondenheid ons heil zouden vinden en menig geestelijke voorganger zal deze dagen het christelijke feest van de verrijzenis met de weder-opstanding uit de immense angsten die ons beklemmen gebruiken om een sprankel hoop toe te voegen aan de smaak van (Belgische) chocolade-eieren waar onze ouders het nog moesten doen met het vinden van kippeneieren die ofwel de klokken ofwel ‘de vos’ (Sint Pieters Lille) had gebracht omdat het uitgevaste lichaam eiwitten meer dan dringend nodig zou hebben.

Ik betwijfel de helende functie van dagen zonder vlees niet en zeker ook niet in onze overvloed het uitproberen van soberheid en tegengaan van verspilzucht, maar wat ons deze paasweek overkwam zindert nog boven al deze bedenkingen en met geen enkele formule kan ik de knallen in luchthaven en metro tot zwijgen brengen.
Natuurlijk heb ik ook alle mogelijke reacties van wijze en ervaren geesten verzameld en kon ik me enigszins verzoenen met de tweedeling tussen open en gesloten geesten, tussen het gebrek aan coördinatie en me verzetten tegen het gemakkelijke zoeken naar een schuldige of schuldigen.
Was het de afstand tussen mijn woonplaats en Zaventem (nauwelijks 20km denk ik) of het feit dat de kleindochter Brussel dagelijks als studente aandoet, was het een soort ontwaken uit de droom dat het hier toch niet kon gebeuren of de machteloosheid die bij het onvermijdelijke optreedt?
Ik blijf je tot op de dag van vandaag het antwoord schuldig.

Ook mijn begrip voor allerlei acties om en rond de beurs, of her en der op verschillende plaatsen in het land konden me -in tegenstelling met de vroegere gebeurtenissen in Parijs- niet bereiken, laat staan enigzins helpen om de gruwelijke knallen en hun gevolgen in mijn hoofd te verzachten.
De verschrikkelijke beelden en meer nog de geluiden zijn onuitwisbaar.

In dergelijke omstandigheden is het raadplegen van lectuur een mogelijke uitweg. Ver moest ik niet zoeken. Als verzamelaar van oude en nieuwere tweedehands boeken kwam ik bij een recente aanwinst uit, uitgegeven in het jaar van mijn geboorte (1944) ‘Moira, fate, Good, and Evil in Greek Thought’ van William Chase Greene (prof Greek and Latin in Harvard University) een boek dat ik uit een nalatenschap kocht en toch wel enige concentratie vraagt omdat je constant de teksten van auteurs moet raadplegen en het recentere vrijwel nieuwe boek nog van de Italiaanse (Venetiaanse) wijsgeer Umberto Galimberti  ‘Mythen van onze tijd’, de mens in het tijdperk van vooruitgang en techniek, een fraaie Ambo-uitgave 2009-2011.
En daarin op mijn wenken bediend het hoofdstuk ‘de mythe van het terrorisme’ geschreven naar aanleiding van de gebeurtenissen in New York in 2001.
Hij opent met een citaat van de Franse socioloog en filosoof Jean Baudrillard, L’ esprit du terrorisme’:

‘Zij hebben het gedaan, maar wij hebben het gewild.  Als we dat niet beseffen, verliest de gebeurtenis elke symbolische dimensie.  Dan blijft het een incident, een volkomen willekeurige daad, de moorddadige nachtmerrie van een gek die daarom moet worden gedood.  We weten heel goed dat het zo niet zit.  En dat verklaart het hele delirium van fobiebezweringen waarmee we het kwaad willen uitdrijven; het kwaad is hier, het is ons duister verlangen.  Zonder deze diepe medeplichtigheid zou de gebeurtenis minder weerklank hebben gehad.  Ongetwijfeld rekenen terroristen met hun symbolische strategie op onze beschemende medeplichtigheid.’

03mum4.jpg


Dat was 2 maanden na 11 september in Le Monde te lezen en werd naderhand een boek.
‘Wij hebben het gewild,’ schrijft Baudrillard, ‘omdat wij allen zonder uitzondering van deze gebeurtenis hebben gedroomd, omdat iedereen wel moet dromen van de vernietiging van elke macht die te overheersend wordt.’
Niet alleen hebben we het gedroomd maar ook verbeeld met verwijzing naar talrijke filmen met dit thema waarin  het almachtige en suïcidale Westen duidelijk meespeelde. En zo zou vanuit deze fantasie de terrorist in ons zijn wakker geschud die in ons sluimert en die zichtbaar wordt in de pathetische verbetenheid van alle betogen die dat proberen te ontkennen.

‘Zonder deze diepe medeplichtigheid zou de gebeurtenis veel minder weerklank hebben gehad. Ongetwijfeld rekenen terroristen met hun symbolische strategie op onze beschamende medeplichtigheid.  Dit gaat veel verder dan de haat die de dominante wereldmacht oproept bij misdeelde en uitgebuite mensen, bij degenen die aan de verkeerde kant van de wereldorde zijn terechtgekomen.  Want de allergie voor elke definitieve macht is gelukkig universeel en huist in het hart zelf van degenen die hun rijkdom niet met anderen delen.’

Dat een dergelijke uitspraak reacties opriep is duidelijk.  De term ‘verspilde spitsvondigheden’ van de Franse filosoof Adriano Sofri is meteen duidelijk.
Toch neem ik je nog even mee in zijn gedachtengang rond twee belangrijke begrippen:
-de triomferende globalisering die in de ban van zichzelf is geraakt.
-de macht van het symbolisch geweld die altijd sterker is geweest dan de macht van het echte geweld.

Baudrillard vindt dat we nu in de vierde wereldoorlog zijn beland.
De eerste maakte een einde aan de Europese suprematie van Europa en aan het koloniale tijdperk.
De tweede aan het nazisme. (ikzelf denk dat zij het symbolische totaal vervingen door het werkelijke geweld)
De derde was de Koude Oorlog die een einde bracht aan het communisme.
En van de ene naar de andere oorlog ging het steeds verder richting uniforme wereldorde.
‘Tegenwoordig botst deze orde, die bijna haar eindpunt heeft bereikt, met tegenkrachten die overal in het hart van het mondiale verspreid zijn, in alle actuele brandhaarden.'

De vierde wereldoorlog speelt zich niet in Afghanistan, Syrië of Irak af.
‘Het is een oorlog die elke wereldorde bedreigt, elke overheersende hegemonie, want als de islam de wereld zou overheesen dan zou het terrorisme gericht zijn tegen de islam.  Want het is de wereld zelf die zich verzet tegen de globalisering.’
Aldus Baudrillard.

Zo zou een immorele reactie van het terrorisme zich verzetten tegen het immorele van bijvoorbeeld het globalisme.
Benjamin Barber, adviseur van Clinton voorzag al een mogelijk conflict tussen economische globalisering en het religieus fundamentalisme.
‘De jihad zou buitenproportioneel kunnen toenemen, een pathologisch gezwel als weerspiegeling van de terechte ontevredenheid over de gevolgen van een arrogant seculier materialisme dat de integriteit van de inheemse culturele tradities die zelf niet goed zijn toegerust om zich te verdedigen tegen de agressiviteit van de wereldwijde vrijhandelsmarkt.’

We laten Barber zelf verder aan het woord:

‘Zal de Aziatische thee en de bijbehorende religie en familiecultuur de aanval van mondiale commercialisering door Coca-Cola kunnen overleven?  Zal de gezinsmaaltijd blijven bestaan tussen het fastfood als brandstofvoorziening? Overleven de nationale filmculturen van de armste landen de spektakelfilms van Hollywood die helemaal zijn afgestemd op de universele teenagersmaak van geweld en gemakzuchtig sentimentalisme?  Waar is de ruimte voor gebed, voor gezamenlijke religieuze rituelen, voor spirituele zaken? (-)
Als we maar één keuze hebben, namelijk die tussen de moellah en winkelcentrum, tussen de hegemonie van het religieuze absolutisme en die van het determinisme van de markt, dan kunnen noch de vrijheid, noch de menselijke geest gedijen.’

En Galimberti besluit deze redenering:
‘De concusie van Barber is: zouden we ons misschien niet moeten gaan afvragen hoe het kan dat wij over theocratie spreken en de stank van tirannie ruiken als we zien dat religie een of ander nieuw gebied van het menselijk leven koloniseert, dat wij over absolutisme spreken en bang zijn bij het vooruitzicht van totalitarisme als we zien dat de politiek elk ander menselijk levensgebied koloniseert, terwijl wij, als we zien dat marktrelaties en commercieel consumentisme elk ander menselijk levensgebied proberen te koloniseren, over vrijheid spreken en de overwinning van de vrijheid verheerlijken?’

tallest-building-in-India-Vivarea.jpg



Je kunt hier niet spreken van een onderscheid tussen goed en kwaad, tussen juist en onjuist, tussen vriend en vijand, zegt Galimberti.
Het gaat erom dat we beseffen dat een macht die heel asymetrisch wordt haar almacht verliest en volledig machteloos staat tegenover de uitdaging van terroristen.
De uitdaging ligt niet op het vlak van de werkelijkheid waar machtsverhoudingen in het spel zijn, maar op een symbolisch vlak waar hun dood op het spel staat:  een absoluut wapen tegenover een ‘systeem dat bestaat van het uitsluiten van de dood’.
Daarover heeft Baudrillard het al in 1976 in ‘L’ échange symbolique et la mort’:

‘Elke dood is makkelijk te berekenen binnen het systeem, ook de slachtpartijen van een oorlog, maar niet de uitdagingsdood, de symbolische dood, want die heeft geen berekenbaar equivalant meer: de symbolische dood leidt tot verhoging van de inzet en die kan slechts worden verzoend met een nieuwe dood.  Er is geen ander antwoord op de dood dan de dood.  En dat is wat in dit geval gebeurt:  het systeem wordt opgeroepen om op zijn beurt zelfmoord te plegen.  Iets wat overduidelijk blijkt uit de onmacht en de mislukking ervan.’

Als zichtbare macht kun je niets beginnen tegen de lage maar symbolische dood van een paar mensen want zij brengen de enige vorm van geweld in het spel die het Westen niet in praktijk kan brengen, ‘die van de eigen dood.’
Baudrillard benadrukt dat dit niet genoeg is want ‘het oudere zelfmoordterrorisme was een terrorisme van de armen, terwijl het nieuwe een terrorisme van de rijken is.  En dat is wat ons bijzonder bang maakt.  Ze zijn rijk geworden (en hebben alle bijbehorende middelen) en ze willen ons nog steeds vernietigen.
Ons waardesysteem noemt zoiets ‘valsspelen’

‘Uiterst sluw hebben de terroristen de banaliteit van ons dagelijks leven gebruikt en daarmee hun dubbelspel gemaskeerd.  Ze hebben geslapen in appartementen in de buitenwijken, ze hebben gelezen en gestudeerd, ze woonden bij hun gezinnen, om van de ene op de andere dag wakker te worden als tijdbom. Dat ze hun clandestiniteit zo perfect onder controle hadden is even terroristisch als hun spectaculaire daad van 11 september. Want dat werpt een verdachte schaduw over elk willekeurig individu:  is elk goedaardig wezen niet in potentie een terrorist? Als terroristen onopgemerkt konden blijven, dan is iedereen van ons een crimineel incognito.’

High-Rise-Buildings-Architecture-Modern-Mississaug-9371.jpg


Onze reactie, ons repressief handelen doorloopt dezelfde onvoorspelbare spiraal als terroristisch handelen.  Niemand weet wat het zal ophouden of wat de gevolgen ervan zullen zijn.

‘Niet alleen de directe, economische, politieke, beursgenoteerde en financiële recessie die er het resultaat van is, de ondergang van het waardesysteem, van de hele ideologie van vrijheid en vrij handelsverkeer die de trots was van de westerse wereld en de rechtvaardiging om de westerse heerschappij op te leggen aan de rest van de wereld.
Het is zelfs zo dat het idee van vrijheid, toch een nieuw en recent idee, alweer verdwijnt uit onze gebruiken en ons bewustzijn.  De liberale globalisering, van totale controle, van angst die wordt aangewakkerd door de behoefte aan veiligheid.  Uiteindelijk  eindigt deregulering in een maximum aan gebondenheid en beperkingen, precies zoals in een fundamentalistische samenleving.’

Daaruit concludeert Galimberti dat het bij een symbolische uitdaging hoort om de uitgedaagde op hetzelfde niveau te brengen als de uitdager, door de eerste te dwingen tot zaken die hij een dag tevoren verafschuwde zoals het opschorten van mensenrechten. (denk aan de gevangenissen van Guantanamo Bay of Abu Ghraib.)

De symbolische dimensie ligt ons niet, gewend als we zijn aan het Amerikaanse realitische denken. We zouden dus beter geen partij kiezen voor de motieven van het terrorisme of voor de motieven van het westerse antwoord.
‘Het is beter om te proberen opgewassen te zijn tegen die nieuwe, nog niet eerder voorgekomen gebeurtenis: de globalisering.
Vanuit het symbolische denken is een verzet eerder denkbaar terwijl dit voor het realistisch denken totaal onbekend is.
‘Dit denken antwoordt op een unieke en onvoorspelbare gebeurtenis, met die zich alsmaar herhalende pseudogebeurtenis, namelijk oorlog.  Alsof de wereld na de globalisering nog steeds in tweeën is verdeeld.’

En tenslotte is er de angst voor het onvoorspelbare.
Terroristische acties hebben niet alleen verwoestingen aangebracht aan luchthavens, metrostations en mensenlevens maar zij hebben ook de basisvoorwaarde van het dagelijkse leven van ons westerlingen aangetast, namelijk de voorspelbaarheid van morgen.

‘Zonder die voorwaarde komt geen enkel initiatief van de grond en vallen de handelingen die ons gewoonlijk bezighouden terug op zichzelf. Ze verliezen hun belangrijkheid, diepgang, zin en waarde en in plaats daarvan komt de subtiele en diepe mentale toestand, de primitieve angst waartegen de westerse mens zich heeft beschermd door zijn eigen geschiedenis uit te vinden. De angst voor het onvoorspelbare.’

Het is inderdaad beter van een angstgevoel te spreken dan van angst want angst is bij zichtbaar en bepaald gevaar een uitstekend verdedigingsmechanisme met de aanval of de vlucht als strategisch antwoord. Het angstgevoel daarentegen is een verlammend gevoel bij een onzictbaar en onbepaald gevaar waarbij aanval of vlucht ons niet kan verdedigen omdat het gevaar overal en nergens is.

1.The-Princess-Tower-located-in-the-Marina-district-of-Dubai-UAE-is-the-world’s-tallest-residential-building-at-a-height-of-414-m-1358-ft-with-101-floors..jpg


‘De mensheid is zo weer teruggekeerd naar haar oorsprong, toen een geluid de stam aan het schrikken bracht en bliksem haar de stuipen op het lijf joeg.’

‘De oninterpreteerbaarheid van de toekomst en de mogelijke terugkeer van de tijd vloeien voort uit een westelijke mentaliteit die de tijd slechts beschouwt in de categoriëen ‘ontwikkeling’ en ‘vooruitgang’, dus als absolute toekomst die het heden aantast zonder te beleven en het verleden zonder aarzelen opruimt als ‘achterhaald’.

En dan is er dat besef dat terroristen weten dat ze moeten sterven.  Toch voeren ze hun daad uit.  Daardoor halen ze in één klap de hele verdediging van de tegenstrever onderuit. Want die voorziet in alles, tot aan de grens, namelijk de overtuiging dat ook de vijand zijn leven wil behouden. De dimensie van zelfmoord ontneemt ons ook het laatste criterium van interpreteerbaarheid, het criterium dat tot nu toe als het meest zekere werd beschouwd omdat het verankerd ligt in de biologische basis van het menselijk leven.

En enkele vragen die daaruit voortspruiten:
-Als de geest gevangen is, hoe kan dan cultuur, kunst, wetenschap, muziek worden gemaakt?
-En welke taal moet het gevoel dan spreken:  liefde, hoop, plannenmakerij, verdriet?
-Vooral:  over welke instrumenten beschikt onze geest dan om te kunnen omgaan met de dimensie van het onvoorspelbare die als sinds de dageraad van onze geschiedenis in onbruik is geraakt?

Hebben we sinds 2001 geleerd met het onvoorspelbare om te gaan?
‘We moeten de rede terugroepen uit de verstrooidheid en verkwisting waarin we haar lang hebben laten rondzwerven. Het redelijke denken vraagt dat we begrijpen waarom de wereld zo bedreigend voor ons is geworden en de rede vraagt ons dat we tot aan de wortels van onze angst gaan om uit te vinden of het soms toch niet in onze macht is, de macht van ons westerlingen die zo buiten verhouding is vergeleken met de rest van de wereld, die ons zo stiekem angstig maakt.'

Onze mateloosheid zijn we misschien uit het oog verloren.
Mateloos als onze levensstijl eist dat we levensenergie uit de vier hoeken van de aarde halen om die weer terug te geven zodra ze niet meer van nut is.
Er is dus bezinnig nodig willen we met onze angst afrekenen.
Het terug ontdekken van onze grenzen brengt ons naar het Griekse ‘kata métron’ want wie zijn grenzen niet kent, moet het lot vrezen.

photo22.jpg


Weet ik nu meer?  Ben ik nu minder bang?  Kan ik de ontploffingen uit mijn geest bannen?
Ik adem dieper, ja.
Ik heb perspectief gekregen.

Ik besef ook dat de verschuiving van rekrutering een duidelijk feit is. De criminele achtergrond, frustraties vanuit een opvoeding waarin het mannelijke overbeklemtoond wordt,, het te lang dulden van wangedrag, het zijn enkele nieuwe kenmerken die het onberekenbare vergroten en het perspectief vervalsen. Er wordt met meer dan twee monden gesproken.
Toch  blijft ook dualiteit van de twee on-machten mij aanspreken.
Het aanzetten om de rede meer in ere te herstellen leidt ons naar een kern die me nauw aan het hart ligt:  het onderwijs.  Kan je van goede scholen spreken als ze alleen de prestatiedwang huldigen en het leren denken over zichzelf en de wereld verbannen naar de onnuttige dingen?
Kun je zonder filosofische inzichten een gelukkiger mens vormen?

Zijn we aan het einde van alle mogelijke onderhandelingen gekomen of is de confrontatie de enige uitweg?


Pasen 2016 heeft mij een beetje zacht licht gegeven:  beseffen dat er een derde weg kan zijn maar ik haast me te zeggen dat ik niet weet hoe we die met alle partijen moeten onderzoeken, want het is in dit geval samen de weg gaan of blijven herhalen wat menselijk gezien niet te herhalen is. Dachten we.
Of een tijdperk afsluiten. Hopen we.

De bloemen staan op de vensterbank en nu de nacht één uur krimpt zullen we lichtjes branden, als kleine oogjes van dat grote lichaam dat steeds weer het blinde verkiest.

 

 

 

how far.jpg

Esther Naor 'How far would you run with a piece of lead in your heart (2014)

17:41 Gepost door indestilte

24-03-16

NACHT MET VOLLE MAAN

bm60.jpg

De laatste volle maan

voor hij uit de doden kwam

waart gij vannacht.

Koele moeder in het duister

waarin alleen de winter lispelt.

 

 Geen morzel lente geeft gij ons cadeau,

maar met bijzondere helderheid

zat gij in de hoogste takken

van de immer groene cederboom,

zuster van de triestigheid,

spiegel van de ploert

die 's zomers weer de grond verpulvert,

vader van het al.

 

De slapelozen

zuiveren hun tekort aan dromen

bij uw kale-knikker-licht.

Ze zuchten bij het raam

en zien daken schemeren waaronder

oude kinderen op de zondag wachten,

-met open mond, of erger, snurkend,

en in een oud gebaar

de duim tussen verdroogde lippen,

-o, 't verspilde helder boven de cederstam-.

 

Genadeloos schuif gij naar het midden van de tuin

waar we eertijds eieren zochten,

 zonder krimp

belicht uw kalme licht

 geknakte varens, kale bomen in de knop.

 

Achter enkele ramen

maken slapelozen een vuist.

Dit zijn nachten

om de maan te lezen.

23edweinsteinart-master675.jpg

 

00:34 Gepost door indestilte

23-03-16

DE MENSEN DIE HIER WONEN

04189-(BK).jpg

 

Een man kwam aan bij een gehucht en besloot om de soefi meester, die daar woonde, met een bezoek te vereren. Deze meester was de wijze oude man in het dorp.
 
De bezoeker zei: Ik weet niet of ik mij in deze contreien moet vestigen of niet. Ik vraag me af of dit een goede plek is. Kunt u mij vertellen wat voor een mensen hier wonen?
 
De Soefi meester antwoordde: "Vertel me wat voor een mensen wonen er op de plek waar u vandaan komt".
 
De bezoeker zei: "O, alleen maar gespuis, struikrovers, oplichters en leugenaars, mensen die onze wereld donker maken".
 
De oude meester vertrouwde hem toe: "Weet u, hier woont eigenlijk hetzelfde slag mensen". De bezoeker vertrok spoorslags en liet zich niet meer zien.
 
Een halfuur later reed een andere man het gehucht binnen. Ook hij ging op bezoek bij de soefi meester en zei: "ik denk er over mij hier te vestigen. Kunt U zeggen wat voor een mensen hier wonen?
 
Opnieuw antwoordde de soefi meester: "vertel me wat voor een mensen wonen op de plek waar U vandaan komt".
 
De bezoeker zei: "O dat waren werkelijk de vriendelijkste, aardigste, liefste en meest meelevende mensen die je je kunt voorstellen. Zij zorgen dat het duister in de wereld wordt omgezet in volop licht. Ik zal ze ontzettend missen".
 
De Soefi meester zei: "zulke mensen wonen hier ook".
 

0221-BKS-Thompson-superJumbo.jpg

00:31 Gepost door indestilte

20-03-16

PALMENZONDAG 1954

Entry into Jerusalem Van Dyck.jpg

Buskus. Een zot woord. Bus-kus. Van de dingen die nu niet te kussen zijn is een bus er zeker eentje. Te groot.  Meestal te vuil. En te triestig. Vooral ’s avonds als ze hun mistroostig binnenlicht aandoen.  Er is geen lelijker licht dan het licht in een bus.

Hij had wel eens van kikkers gehoord, toch ook niet de meest charmante dieren, en als ge daar het juiste exemplaar van zoudt kussen kon de kikker in een prinses veranderen.
‘Ma, sorry, maar ik heb…’
‘Ventje toch, zijt ge weer bezig geweest. Alé kom maar binnen juffrouw.’
En de twaalfde prinses zette zich bij de elf getransformeerden en maakte met de anderen verder ruzie of ze met pasen hun haar blauw of chocoladekleurig zouden verven.
‘Wat zit ge daar zo heimelijk te lachen?’
Hij legde haar zijn probleem met het woord ‘bus-kus’ uit.
‘Het is buks-sus ventje. Met een x geschreven. Buxus.’
De oudste van Mermans heette Sus. Lang en schriel. Nu hoorde hij zijn vader om de haverklap: 'buk sus!' roepen, en:
‘Zijn kop is blauw van overal tegenaan te lopen. Nu zult ge denken dat zo’n bonestaak toch beter dan wie ook uit zijn doppen kan kijken, maar…’
‘Hij zit met zijn hoofd in de wolken,’ zei hij luidop.
Zijn moeder keek hem onbegrijpend aan.
‘Ik bedoel…Niet op letten, ma. Ik zag weer van alles gebeuren.’
‘ ’t Is hier beneden te doen, jongen.  Niet in de wolken.’
‘Ik wist niet dat palm 'buxus' heette,’ probeerde hij haar te ontwijken.
‘In feite is dat geen echte palm, maar omdat wij in ons klimaat geen echte palm kunnen planten hebben wij buxus die ook in de winter groen blijft palm genoemd. En morgen, met palmen-zondag herdenken wij Jezus die Jerusalem binnenreed op een ezel terwijl de mensen hem toejuichten en met echte grote lange palmtakken zwaaiden.’
‘En een paar dagen later hangen ze hem aan het kruis?’
‘ Zo zijn de mensen, jongen.  Hebt ge uw handen gewassen want we gaan dadelijk eten.’

Van de nonnen hadden ze voor elk kind een struikje buxus gekregen. Om het zondags te laten wijden. Elk jaar stak zijn moeder een takje achter het kruis nadat ze de verdorde van vorig jaar in de kachel verbrandde. Weggooien mocht niet, dat was zonde.
Ze had hem verteld dat hun grootvader bij onweer rond de boerderij ging terwijl hij de muren met de hulp van palm besprenkelde met wijwater. Om de bliksem af te weren. En met aswoensdag diende de asse van oude palm om hen een zwart kruisje op het voorhoofd te drukken.
‘Gedenk mens dat gij stof zijt en tot stof zult wederkeren.’
‘Onder mijn bed ligt het vol dode mensen,’ had hij haar gezegd.

‘Gij stinkt naar pis,’ zei hij tegen het busseltje palm. ‘En ik weet waarom.  Gij hebt Jezus verraden. Eerst maar zwaaien en bravo-bravo roepen en een paar dagen later, waar waart ge toen? Ge had die Judas tegen zijne laffe kop kunnen kletsen en nu heeft god u laten stinken. Als straf. Ik laat u niet wijden. Gij kunt niks. Zelfs geen bliksems tegenhouden. Ge maakt de mensen bang met een zwart kruisje. Haha zegt ge, ik blijf altijd groen maar gij hé ventje, gij gaat eraan. En wat doen ze met uw stof? Wat maken ze van uw asse? Niks. Ze stoppen u in de grond. Dat kan, maar wees maar gerust dat mijn stof vergif voor buxus is. Groeit gij maar onder de kettingen van de nonnen op het kerkhof. Ik zal eerst een klein treurwilgje zijn vol vlinders en daarna komen er elk jaar paasbloemen uit mijn stof. Hebt ge die al eens geroken?’

Waar is uwe bosje palm, jongen?
‘Ik ben hem onderweg verloren denk ik. Maar och, we hebben toch nog genoeg.  Voor wel duizend zwarte kruisjes en tien boerderijen.’

jonquille_07.jpg

00:01 Gepost door indestilte

16-03-16

EEN HUIS IN HET HART

06.07_merholz_camera_color.jpg

Met een huis in het hart
-verguld, dat is waar-
vermengen wij de hete melk
met alledaagse koude brokken.
Hier was ik  thuis.
 
Waar ik een kind was,
waar de dagen zondag zijn
of school,
of vakantie zonder eind,
waar moeder zong en vader zweeg.
Daar was ik thuis.
 
Met uitzicht op nergens,
een tuin vol zure kriekenbomen,
maar ook de donkere dagen
voor de komst van een goedheilig man,
wonderen in het schaarse licht
van etalages en kerken
(puer natus est).
Was ik daar thuis?
 
Veel te vroeg in bed
want morgen was er weer een dag,
vlotten vlijt
op de trage rivier zonder verloop.
God zag alles, de familie ook,
en schuld kreeg je gratis
bij geheime pretjes zonder naam.
Hier ben je thuis.
 
Een kuise nacht heel dicht bij jou,
-de meisjes waren vroeg naar huis-
voor het ouderlijk vuur gezeten,
kusten wij elkaar,
en eindelijk, enkele seconden,
was ik thuis.
 

21gray-superJumbo-v2.jpg

13:21 Gepost door indestilte

17-02-16

HET SPONSDOOSJE

P2160015.jpg


Het jaar dat het jongetje werd geboren stierf de uitvinder van het bakeliet, Leo Hendrik Arthur Baekeland. Het bakeliet echter, voor de bollebozen ‘phenol formaldehyde’ bleef in zijn jonge leventje nog rondzwerven zij het dan in de eenvoudige vorm van het hierboven afgebeelde ‘sponsdoosje’.
Het woord zegt alles zoals een goed woord meestal doet:  een doosje waarin een sponsje zit, sponsje om je lei weer proper te maken.

Het autobiografisch geheugen begint volgens de nieuwste neurowetenschappen pas rond twee en half, drie jaar te werken. De tijden van de kleinste kindertijd kunnen met foto’s en verhalen opgeroepen en vastgelegd worden maar ze behoren niet bij de werkelijke herinneringen, het zijn toegevoegde gebeurtenissen: Het jongetje in het kippenhok, het vriendinnetje van twee huizen verder, hij is de uitvinder van het volkse fototoestel, George Eastman, dankbaar voor zijn ‘kodak’. (zie blog van 14 maart 2015) net zoals hij zijn moeder over de dood heen vriendelijk toeknikt en dankuwel ma zegt als hij de krullenkop op het uitgeleefde speelpaardje ziet, 70 jaar later en toch nog zo aanwezig alsof hij zo dadelijk in de lens zal kijken en het onoverkomelijke met een glimlachje moeiteloos belachelijk maakt.

Maar het sponsdoosje bestaat nergens op foto.  Het doosje hier afgebeeld is tweede- of zesdehands gekocht in Nederland. Als bewijs.  Een bewijs dat het echt bestond, dat doosje in de vroege rimpels van zijn autobiografisch geheugen waarin de werkelijkheid op een verweerde muurschildering lijkt en vage kleuren, gebroken lijnen en bekladde vlekken de schuilplaats zijn voor het overschotje van een lang geleden verloren tijd die naarmate we ouder worden zachtjes weer naar voren komt en ons verzoent met wat was, werd en nooit zal worden.

Het huis in de Gildenstraat, 47,van de voorbije oorlog nog maar twee, drie jaar gescheiden. Kan hij in het volgende (nagelnieuwe) huis nog altijd rondlopen als de slaap uitblijft, het kleine kinderhuis is er alleen dank zij meneer Eastman.  Een slaapkamertje waar winterappels worden bewaard. De geur van een langzaam stervende zomer. Maar ook de herrie toen hij ze over de vloer liet rollen en zijn vader grommend bovenkwam met wat-is-dat-daar-allemaal?
En het sponsdoosje.  Het was een nieuw sponsdoosje.  ’s Avonds met water gevuld en ’s morgens, terwijl zijn vader zich bij  de spiegel in de keuken scheerde, weer opengedraaid.  Het water echter was weg.
‘Het water, zei het jongetje.  Waar is het water?’
Van een jonge onderwijzer kon je verwachten dat hij het over sponsdieren zou hebben of over zweephaartjes die een binnenwaartse stroming veroorzaken, maar blijkbaar dacht hij eerder aan de fietsrit van 13km naar Sint Pieters Lille waar hij les moest geven en zei hij enigzins gespeeld bozig: ‘Ik heb dat water gebruikt om mij te scheren.’
Zijn eigen vader dus steelt het water uit zijn sponsdoosje!
Het jongetje is toen blijkbaar heel boos geworden, maar dat gevoel hoort niet meer bij de verweerde muurschildering. Zijn moeder heeft het daarna meermaals verteld.
Het doosje, de ontzetting bij het verdwenen water en de uitspraak van de bijna geschoren vader, zijn heldere lijnen van de onuitwisbare vroegste herinneringen. Het water in een sponsje dat je langzaam naar buiten knijpt.
Een donker bakeliet sponsdoosje was het, enkele jaren na de dood van de uitvinder gekocht.

Pa, zegt het jongetje. Het doosje is nog leeg. En toch helemaal gevuld. Met dat onzichtbare dat vaak de helderheid van een winterse dag als vandaag uitstraalt. Het doorzichtige van het voorbije waarin het onbelangrijke als een moe kind gekoesterd wordt. Nabijheid.

P2160017.jpg

19:01 Gepost door indestilte

27-01-16

GEDICHTENDAG 2016

köln_deutz_wuppertaler_herren_und_knabenmode_mode_walter_dick_historisch_messe_4a7a431966_978x1304xin.jpeg

GEDICHTENDAG 2016

Een woord wordt wakker
en kijkt me aan:
‘stakker’.

Maar na jaren en bij menig traan
boog ik op de witte akker
s en t tot m van maan:
‘makker’.

(het Spaanse graan is voor de bakker,
en bij woordenwaan: ‘k-‘)

Heerlijk toch, het dichterlijk bestaan.

 

 

061 jst.jpg

15:48 Gepost door indestilte

31-12-15

DUIZEND WOORDEN, DUIZEND HANDEN: JEF VANUYTSEL

4366579.jpg

De 'Nus' niet gezien?

De 'Nus', samentrekking van zijn familienaam Van Uytsel is een van de jeugdvrienden die in het internaat van de aardbeiengemeente toneel en muziek mee gestalte gaf.  Met Jaak DeMol voor het reguliere werk, met ons samen (Paul Wellens, Koen Perseyn en vele lotgenoten) voor de toenmalige ontspanningsavonden en het creëren van eigen werk.
Ook op de slaapzaal niet verlegen om temidden van de kuise verplichte stilte plots luid billengeklets te laten horen gevolgd door zijn stevige uitroep 'Alé Marie schuif op'. De hilarische reacties uit de zeventig of tachtig alkoven duurde meer dan een kwartier onderbroken door kreten van toegesnelde surveillanten die te luide lachers uit hun bed haalden en in de gang lieten afkoelen.
Met zijn historisch witte gitaar en de kreatie in witte jeans van 'the girl in the white blue jeans!' werd een nieuw tijdperk ingeluid al vloog het toneeldoek na één minuut terug dicht.  Witte lange broeken! Onmogelijk, zelfs nog in 1963-4.
Spelen. Het leven moet op zijn kop beleefd worden. Maar ook een harde werker om het beste resultaat te behalen bij een productie.

Makker. Lotgenoot.
Toen Frans Ieven, intussen radiocollega en later radiochef, met hem de elpee 'de zotte morgen' arrangeerde en produceerde werd de authenticiteit van de liedjesmaker voor iedereen duidelijk. Achter de zotte morgen, de melancholie van de avond en de nacht. Ook de stilte in zijn liedjes telt.

Wat zal hij gemist worden in intieme en muzikale kring.
Duizend woorden, duizend handen.

Een aimabel man. Een jongen van 70.

Blijf bij ons 'Nus'. Meer dan ooit nodig!

 

15:44 Gepost door indestilte

29-11-15

POPULIEREN

pappel01.jpg

 

Bohn, Oskar: Olieschets 'Pappeln' (Populieren) Olie op papier, rechts onderaan gesigneerd en op passepartout betiteld.
Virtuoos en breed uitgewerkt landschap waarin met de wind wiegende bomen onder een bewolkte hemel het centrum vormen.
26,5 x20,5 cm in passepartout achter glas met zilveren houten lijst 49 x 36 cm. Monografie bij Knop: 'Wege in die Landschaft.'.
Alles in uitstekende staat.

De Duitse graficus en schilder Oskar Bohn (1873 Langensalza-1953 Suhl) werd opgeleid als teken-muziek- en sportleraar in Wandersleben en Erfurt, later examens aan de Köninglichen Kunstschule Berlin-Charlottenburg. Werkzaam als leraar in Suhl en tegelijkertijd organist in de Kreuzkirche. Vanaf 1920 werkzaam in de Beierse en Oostenrijkse Alpen. Organiseerde toen meerdere cursussen in de Kunstgewerbeschule in München. Hij is de vader van de beeldhouwer Kurt Bohn.

We hebben dit werk gekocht op een belangrijke kunstveiling in Duitsland. De duidelijke mengeling van licht, landschap en leven, een haast perfecte combinatie van laat impressionistische en expressionistische kwaliteiten trok ons ten zeerste aan.
De populieren zijn er rank maar toch vol leven geschilderd met brede sterke penseeltrekken. Je hoort ze bijna in de wind. Vooraan zijn ze helemaal beweging waartussen de wolken bewegen.
Onderaan, de weg. Daar lopen wij. Wij gaan letterlijk en figuurlijk voorbij.
Ik dacht aan het gedicht van C.S. Adama van Scheltema waarvan hier de laatste strofe:

Ik weet wat mij verstomt,
Wat van hun loovers nederkomt,
Wat daalt uit hunne wankelende kronen: -
Dat is vergetelheid -
De adem van de eeuwigheid,
Die in die duizend blare' is blijven wonen.

TE KOOP BIJ: timelessartcollection.eu

 

pappel02.jpg

00:06 Gepost door indestilte

30-10-15

VERHALEN BIJ DE PELLET-KACHEL (4): EEN VREEMDE VONDST (DEFINITIEVE VERSIE)

zetel17.jpg

 

Na dertig jaar stonden ze voor voor de keuze: of het groot huisvuil, of een nieuwe bekleding. Zet je dierbare voorwerpen waarin je dertig jaar gelegen, gezeten en mensen ontvangen hebt op straat? Het oude leer verwijderen en er een nieuwe rood-bruine polyester-stof overtrekken is niet goedkoper dan kiezen voor nieuwe zitmeubelen.
Het tweede bankstel was nog met zeegras gevuld. De eerste koelkasten werden met dergelijk zeegras geïsoleerd. Zostera marina. Gordel van de zee.
Nu wordt het gebruikt om er ecologische doodskisten van te maken:  zeegras en wortels van waterhyacinten, wist de jongste.  Een begrafenisondernemer uit Sint-Pieters Woluwe plant voor elke overledene die hij begraaft of cremeert een boom in Nigeria.  Acasia’s in een hartvorm. Via internet kunnen de familieleden het groeiproces van de boom volgen.  ‘Grootoom Patrick heeft dringend water nodig!’  ‘Pa verliest blad.’


Ze opperden het idee dat je een vulling zou kunnen maken met de familiale asse die nu, opgesloten in een design urne, stond te bestoffen.  De voorouders als rugdekking.
Wellicht waren er in de nabijheid van de Stille Zuidzee stammen die het gebeente van de naasten in een zitmeubel verwerkten zodat je je je kon terugtrekken in de armen van de betreurde overledene of uithuilen op oma’ s schouder.
Nieuwe zetels kwamen nauwelijks ter sprake.  Ze vulden met hun grote vierkante en uitklapbare onderdelen drie vierde van de zitkamer en straalden een verlammende gezelligheid uit. Hierin je ging je letterlijk en figuurlijk onderuit.

Hun grootvader-zaliger was in  hun kindertijd de enige zetelbezitter in huis : zijn ‘voltaire’ werd zelfs bij zijn afwezigheid eerbiedig open gelaten. De groottantes pochten met hun ‘bergères’.  Deze zitmeubelen hoorden in het salon thuis. In de overige huiselijke ruimte werd alleen aan tafel en op het toilet gezeten.
Design-zetels straalden veel design maar weinig zetel uit. Zelfs eerbare prijswinnende ontwerpen bleken bij het uittesten nauwelijks op de hoogte van menselijke anatomie. Je zakte erin weg, veerde bij elke beweging een tijdje op en neer, verdronk in de bijhorende onderdelen of ontwikkelde speen door de harde rondingen van de overigens geheel naar de rennaissance ontworpen kussens waarop vergeving voor de zonden maar geen verkwikking voor de vermoeide mens geboden werd.
De uitdrukking ‘ik zie je wel zitten’ bleek verder weg dan ooit.

 

varier-peel-club-stoelen-draaifauteuils-kopen-bestellen-zitmeubelen-brabanta.jpg


Waren het vroeger doorwinterde hervormde christenen, uitvinders van het kapitalisme overigens,  die het oorkussen van de duivel onder elke zittend stel billen dachten te ontwaren, nu voerde een ware anti-zit-maffia bijna dagelijks actie via de media om de mens tot bewegen aan te zetten.
Hun overleden grootvader had het over bewegen-in-het-hoofd waarmee hij een gerede twijfel voorstond bij elke bewering die een zeker waarheidsgehalte poneerde. Zelfs het volkse wikipedia publiceerde dat bankstellen geliefd zijn omdat de meubels qua stijl bij elkaar horen. Al wordt het bezit als burgerlijk beschouwd, als bewijs daarvoor dat men een kant-en-klare inrichting koopt. (!)
(deze pagina is het laatst bewerkt op 10 aug 2010 om 6:43)
Taalkundig had de steller van dit legma blijkbaar een tijdje stil gezeten maar de toon was duidelijk gezet: sta op, gezetenen der aarde.

De huisgenoten besloten als reactie op deze kruistochten beide stellen opnieuw te laten overtrekken met een warme rood-bruine hedendaagse zetelstof die hen en hun nakomelingen zou overleven.
Ze wilden de kunst van het zitten (l’ art de  s’ assesoir!) in al haar mogelijkheden belijden zonder daarom afbreuk te doen van de neiging tot wandelen en rennen om een bus of trein te halen. Voor schoolkinderen van alle leeftijden zou echter een peripatetisch onderricht ten zeerste aanbevolen zijn. Is er iets zaliger dan na het wandelend opdoen van wijsheid neer te zijgen?

tumblr_nd9ep4Br5y1tqfyozo1_500.jpg

Enkele dagen na het afleveren van de bankstellen kregen ze een bericht van de zetelfabriek.  In de oudste chaise longue was een oude rode zijden  hoedje ontdekt. Wel versleten maar merkwaardig gemaakt.
Wilde het toeval dat net die avond een Ierse dichter langskwam, een gewoonte die bij tekort aan subsidies of andere inkomsten als vriendenbezoek was gelegaliseerd.
Toen hij, ongemakkelijk gezeten op de tuinstoelen die ter vervanging van de zitmeubelen in transformatie dienst deden, over het rode hoedje hoorde vertellen, schrok hij. (let op: hij was nog steeds nuchter na zijn derde whiskey.)
‘Fear dearg’ konden zij na enige herhalingen opmaken uit zijn bevende klanken. ‘Fear dearg’
Dat was een Ierse uitdrukking die ‘rode man’ betekende. Een bekende soort kabouter uit de Ierse mythologie was de ‘far darrig’, in het rood gekleed en voorzien van een rood hoedje.  Beetje boosaardig maar verzot op practical jokes!
Ze hoefden echter niet bang te zijn.  Eens de far darrig zijn rode hoed achterliet was dat een teken dat hij zijn toverkrachten kwijt was en op zoek was gegaan naar een job als kabouter-in-een-pretpark of het tijdelijke met het eeuwige had verwisseld.

‘Tja,’ zei het kleinkind, ‘ik zou een beetje hulp bij algebra best kunnen gebruiken.’
Dat het kind later toch verhalen ging schrijven en een toekomst als burgerlijk ingenieur links liet liggen zegt eerder iets over het kind dan over het bestaan van kabouterlijke wezens. Denken wij.

En dat de oma van het kind steeds een opmerkelijk rood hoedje draagt, is ook toeval.

59d574aeadd051cfcabb1762122d4dfc-jpg-1500-1500-false.jpg

 

18:14 Gepost door indestilte

24-10-15

VERHALEN BIJ DE PELLET-KACHEL (3): EEN KLEINE KONING (2)

keel-billed-sokak.png

 

 

Boven in de toren van zijn gammel kasteeltje was er een kamertje met een raampje dat uitzicht gaf op het land achter de muur.
Als hij op een bankje stond kon hij met de kijker van zijn vader zaliger de mensen in de nauwe straatjes observeren. Misschien was het de noorderwind of de vroege avond die hen, het hoofd naar beneden, gehaast liet verder lopen. Botsten ze tegen elkaar, dan keken ze niet op, werden ze niet boos.  Ze schudden het hoofd, weken zo ver mogelijk uit en liepen snel verder.
Ook als hij voortijdig boven hen groenblauwe vuurwerk-pijlen liet ontploffen reageerden ze niet. Bij het openknallen van de boeketten doken ze nog dieper met hun hoofd tussen de schouders. Niemand zag de traag vallende lichtende strepen naar de aarde trekken.
Hij besefte dat zelfs kerstengelen onzichtbaar zouden blijven mochten ze al hun heilige hoofden naar deze bange herders hebben gezet.

tuxbord.jpg


Vroeger. Voor de tijd van de muur. Gelig licht in de etalages die nooit zonder kindervingertjes waren. Mensen herkenden elkaar, liepen een eindje mee en zwaaiden tot iedereen binnen was. Nu werden de kinderen met geblindeerde wagens naar leslokalen gebracht. Kampioenen mogen niet worden afgeleid.
C’ était au temps où les rois épousaient les bergères, zei de generaal.
De koning kon zich echter geen ‘bergères’ herinneren maar wel lange zomers waarin hij incognito rondreisde, en zich als monsieur d’ Entrain in een goedkoop hotelletje liet inschrijven. Hij droeg extra dikke zolen om niet onder de voet van de gemiddelde volwassene te worden gelopen. Kinderen herkenden in hem een gelijksoortige. Met zijn één meter vijftig bekeek hij de wereld zoals zij die zagen maar helaas, in hun drang om erbij te horen, vlug wilden vergeten.

Angsten zijn het beste voer voor alleenheersers ook al vermommen ze zich in democratische bewindvoerders. Ze stelden hem voor grote delen van zijn koninkrijk te verhuren en eindigden met ingewikkelde procedures waamee deze gebieden al eeuwen hun eigendom bleken te zijn. Er kwam een tijd van wat zij ‘ no nonsens’ noemden. Geen tijd voor emoties.  Hard werken. Daar was nog niemand ziek van geworden. Aanleunen bij leiders, je eigen problemen opbergen en nog beter je best doen. Het politiek correcte als nieuwe religie. Persoonlijke voorkeuren waren nergens goed voor. Geen bloemetjes in de wilde haren maar een lik op stuk beleid. Naar de buitenkant kon je dit beleid vermommen als oprechte bezorgdheid voor het algemeen welzijn terwijl in de harten van de mensen het persoonlijk welzijn verschrompelde.

street-art-hd-wallpaper-images-029.jpg


De kleine koning besloot de kostbare grootmoederlijke diademen te verkopen. Met dit klein fortuin huurde hij de andere kant van duizend meter grensmuur en kreeg hij de toelating om ze te gebruiken ter promotie van crèmes, tandpasta en bacteriedodende huishoudelijke producten.
Nachtelang bleef het licht branden in het hoogste torenkamertje. Op lange vellen papier ontwierp hij een wereld van intense schoonheid waar de vrolijkheid, de levensgoesting en het avontuur de boventoon voerden. Hij herinnerde zich de talloze gesprekken, de vriendschappen en verzuchtingen van zijn vroegere onderdanen en probeerde hun dromen in diverese vormen gestalte te geven.
Helaas heb ik alleen de letters en is mijn vermogen om zelfs maar een centimetertje van de sluier op te lichten tot mislukken gedoemd.
Maar elke lezer kan de ogen sluiten en zijn tekeningen waarin schoonheid, vrolijkheid, levensgoesting en avontuur volop aanwezig zijn censuurloos op de koninklijke wand achterlaten. Jaja, ook dat. (wat ‘dat’ dan ook mag zijn)

brooklyn-street-art-valentines-faile-jaime-rojo-02-11-web-19.JPG


Met goed betaalde leerlingen en leraars van diverse kunstscholen liet hij zijn ontwerpen uitvoeren nadat hij hen op  notarieel papier had verzekerd van hun louter uitvoerende taak.
Achter snel opgetrokken schuttingen werken zij zeven dagen en zeven nachten aan hun taak.
Wat daarna gebeurde laat ik hem zelf vertellen. De verhalen van de kleine koning eindigden met deze zin:

‘…en het duurde tien dagen eer de bewindvoerders ontdekten dat er noch tandpasta, noch rimpelwerende crèmes of bacteriedodende huishoudelijke producten werden aangeprezen. Omdat bepaalde afbeeldingen gevoelige landgenoten konden ‘kwetsen’ werd de grensmuur nog voor kerstmis overschilderd met taferelen die grote overwinningen uit het verleden herdachten. (ook al hadden die nooit plaats gevonden).
Tot mijn grote vreugde werden die heldendaden dezelfde nacht door onbekenden ‘aangepast’ en doken op diverse plaatsen copies van mijn ontwerpen op. Maar…’

Ik beloof jullie op zoek te gaan naar wat er toen gebeurde. Intussentijd probeer ik een aantal andere waar gebeurde verhalen bij de pellet-kachel te vertellen. Wintertijd ter ere.

 

street-graffiti-hd-11.jpeg

 

14:32 Gepost door indestilte

19-10-15

VERHALEN BIJ DE PELLET-KACHEL (2): EEN KLEINE KONING (1)

chateau-d-armentieres-aisne_c.jpg

In de voorbije geschiedenis beroemden koningen zich op overwinningen. Deze kleine koning had tijdens zijn leven lang nederlaag op nederlaag geleden.
Van het voorouderlijk territorium was niet veel meer dan een heuveltje met een vervallen kasteeltje overgebleven.
Andreas met de IJzeren Arm, Lodewijk met het kleine lontje, Kristina de bloeddorstige en Michael, de ongenadige poenpakker, het waren maar enkele illustere namen van veroveraars in wiens uitgestrekte landerijen de zon nooit onderging.
Met listige verdragen en brutaal geweld was het land van de kleine koning ingenomen en verdeeld onder de getrouwen van de hierboven geciteerde vechtjassen. Het heuveltje met schamele burcht lag dichtbij een wilde onbevaarbare zee, waarin uitstekende rotsen slechts trekvogels even soelaas boden op hun tocht naar warmere streken.

De kleine koning was niet groter dan één meter vijftig.
Hij werd bijgestaan door een dove kokkin en een gepensioneerde generaal die zijn memoires schreef.
Elke morgen wandelde de koning naar het strand.  Hij luisterde er naar de grollen en grillen van de golven. Na het ontbijt werkte hij in zijn groententuintje en beperkt boomgaardje. Eens zijn middagslaapje voorbij beschilderde hij de hoge grensmuren die zijn heuveltje scheidden van het uitgestrekte land dat voortdurend van eigenaar veranderde.
Rond de kerst bevolkte hij grote vlakken met beminnelijke schaars geklede engelen in diepblauwe luchten. Tijdens de lentetijd dartelden mooie jongens en meisjes in het overdadig bebloemde gras. ’s Zomers verschenen zijn vroeg gestorven ouders begeleid door faunen en nimfen. In de vroege herfst verbleekten zij. Daarna kwamen de weken van de witte muren waarop weer de kerstengelen te voorschijn kwamen.

110317-berlin-fresque-sur-le-mur.jpg


De verven voor dit voortdurend kunstwerk werden geleverd door een ambachtelijk bedrijfje aan de andere kant van de muur. In betere tijden verdienden zij de naam ‘hofleverancier’. Eens de muur was opgetrokken werd dit de ambassade van het kleine koninkrijk. Hier kwam hij als kind wel eens logeren om met de oudste zoon composities voor vier handen op de vleugel te vertolken. Als jeugdvrienden hadden ze van een eigen opera-gezelschap gedroomd. Maar de muur en de voortdurende oorlogen slokten al het geld op.  Het schildersbedrijfje kon enkel overleven dank zij de werken aan hun kant van de muur. Ze moesten spotprenten en uitroepen verwijderen. Een eentonig strak grijs doodde elke inspiratie.

De generaal op rust had het na het middagmaal over onderhandelingen:
‘On est en pourparler d’ égal à égal, sire.  Op voet van gelijkheid.’
De kleine koning dacht niet dat er nog veel te onderhandelen was.
‘Sire, des ma plus tendre enfance, j’ ai été maladif, mais je me défend bien pour mon âge.’
De kleine koning knikte. De generaal was een beetje rood aangelopen in zijn gezicht. Een jongetje.  Niet de oude man zag hij, maar het kind dat gekoesterd wilde worden.
‘Très bien, ça nous permet de reprendre notre soufle.’
Hij liep naar buiten, zocht in het schuurtje naar de grootste pot witte verf en begon voorzichtig aan de afdaling.

September kon weemoedig zacht zijn. Dit jaar echter geselden wind en regen week na week de hoge muur. Nog voor het einde van de maand zouden zijn ouders onzichtbaar worden.
Van deze dreigende maar droge dag wilde hij gebruik maken om de witte weken te beginnen. Traagjes bij de resten van hun lachende gezichten maar met hevige streken over de bebloemde weide verbleekte hij het grote gebogen vlak. Treurnis  met het verdwijnen, maar ook het kinderlijke ongeduld voor het toekomstig verschijnen vervulde hem. Vanuit zijn slaapkamertje kon hij ’s morgens de grote witte muur zien. Onder het strakke wit bewogen de voorbije personages. Hij hoorde hun kreetjes. Hun gesprekken ver weg. Het langzame veranderen. Nog voor hij ze had uitgetekend waren er engelen onder het wit aanwezig. Koortsig probeerde hij de eerste omtrekken.
‘Qui veut durer doit endurer.’ zei de generaal tegen de dove kokkin die echter uitstekend kon liplezen. Ze knikte, schonk een extra whisky in en bleef knikken tot de generaal het glas op haar gezondheid had geleegd.

Uit de resten van zijn herinneringen zouden  de engelen verschijnen . Kinderen kwamen met veel gestommel de trappen af terwijl zijn vader de lichtjes in de grote kerstboom ontstak.
Er waren ogen. Ogen van vele vergeefse liefdes. Het lachwekkende van geweld was er. Opgeblazen woorden uit een verdrag. Machteloosheid van de angst voor het donker.  Zij die het hart verdonkerden ontbraken niet.
Het is tijd, zei hij dan.
Tijd om de engelen los te laten.

 

sam3_barcelona-2.jpg

 

23:54 Gepost door indestilte

1 2 3 4 5 6 7 8 Volgende