05-01-17

VLIEGENDE OLIFANTEN EN WITTE MERELS

DumboInFlight.jpg

 

Dumbo bleek niet geschikt om een drie- vierjarige te bekoren. Richting zaal vliegend ontlokte hij een hoog gekres zodat de net zo geschrokken ouders met het kind cinema Roxy moesten verlaten. Dat was al een jaartje of twee geleden, maar ’t verhaal kwam nu en dan weer naar boven, ook al was het kind nu bijna vijf.


Zottigheid, Marcel, zei vava Gust. Vliegende olifanten! Zoiets moet ge niet op kinderen loslaten. Een belediging voor olifanten is het.  
En dan heel traag, nog voor hij zijn borreltje Hertekamp dronk:
Zijn ze niet schoon genoeg zoals ze zijn?  Zet eens een mens naast zo ’n dier? Iemand met verstand zoals ze zeggen. Ziet ge ze staan? Wel, met wie wilt ge door het oerwoud trekken?
Hij stak het borreltje in de lucht, zei santé en dronk het in één keer uit.


Zeg hem nog eens dat nonkel Nand een witte merel zal meebrengen.  Als hij ’t niet vergeet natuurlijk.  Ge moet zijn snuitje zien als Nand zegt: Nondedju -ja, kijk dat is geen vloeken, godverdoeme dat is vloeken. Nondedju, nu heb ik hem weer te vroeg losgelaten he.  Ja, onze Nand kan vertellen dat hij ’t zelf gelooft. 
Een echte witte merel, nonkel? Ja ventje, zo echt als ik hier sta, en ik sta hier toch hé. Kijk.
Ja, hij stond er, zei het kind.
’t Probleem is dat hij nooit lang blijft.  Merels zijn slim.  Zeker witte merels die zijn slimmerdeslim, dat is slim maal één miljoen. Hij komt graag op mijn schouder zitten.  Hier, op deze schouder.  Kijk eens of er misschien nog een beetje merelkak op ligt.
Neen, niks, zei het kind.
Witte merels zijn proper natuurlijk. Enfin hij zit dan op mijn schouder en wij wandelen naar ’t kapelleke, dichtbij ’t kerkhof. Ge moet de mensen zien kijken. De Nand is weer op stap met de witte merel, zeggen ze.
En als we er bijna zijn, vliegt hij ineens de lucht in en gaat hij boven ’t kerkhof hangen.  En weet ge waarom?
Hij wist het niet.
Dan zeggen de mensen die juist iemand begraven hebben:  kijk daar eens, dat is zeker de ziel van ons moeder die naar de hemel gaat.
En dan trilt de witte nog efkes met zijn vleugels, zoals ik nu met mijn vingers doe, maar veel rapper, en dan stijgt hij zo hoog in de lucht dat niemand hem nog kan zien. Maar de mensen die juist hun moemoe begraven hebben die zijn getroost, die kunnen bij de koffie vertellen dat ze haar ziel hebben zien opstijgen, en dat troost ze natuurlijk.
Dat doet dus de witte merel, mensen troosten. Onderandere, want hij doet nog veel andere dingen.

Ziede, zegt Gust terwijl hij zijn glaasje nog eens vult, zielen van pas gestorven mensen die kunnen vliegen, en daar is hij niet bang van, onze Giedo, dat begrijpt hij want hij is niet dom. Als wij langs de graven wandelen en ik wijs hem waar ik zal liggen, bij de graven van de Vuurkruisers, dan zegt hij dat hij met de witte merel zal komen voor ’t geval ik weg wil, maar ik heb hem gezegd dat zo lang hij blijft komen ik geen vleugels nodig heb. Ik heb het niet zo voor daarboven, zeker niet als er Dumbo’s hangen die denken dat ze merels zijn of iets zoals engelen.

Wete wa, vava, zei hij nog maar een dag of twee drie geleden.  Ik neem uw ziel mee, hier in mijn jaszak.  En dan verandert uw ziel misschien in een witte merel. Want ja, als een merel een ziel kan zijn dan ook omgekeerd. Slim hé?


En als hij dan later zijn kleinkind gaat bezoeken dan heeft hij echt een witte merel bij, en zijn kleinzoon of kleindochter, of alletwee zeggen dan: Vava, waar is nu die witte merel?  Kijk in de grote kersenboom, ziet ge hem zitten? En dan begint hij over mij te vertellen, van toen hijzelf nog een kind was. En zo gaat dat maar door. Nog meer dan duizend jaar, als er dan nog mensen zijn natuurlijk.
Santé.

 

le-merle-blanc-18.jpg

 



(Eugène Damaré (1840-1919), Le merle blanc opus 161, polka.)

16:37 Gepost door indestilte

De commentaren zijn gesloten.