16-01-17

DE (ON)ZICHTBAARHEID VAN DE 'ANDERE' WERELD

DP344571.jpg

 

Ze onmoetten elkaar kort nadat ze beiden wisten zwanger te zijn. Maria en haar nicht Elisabeth.
Maria droeg Jezus in haar schoot, Elisabeth de toekomstige Johannes de Doper.
Deze uitbeelding van het verhaal komt uit een Dominicaans klooster in Katharinathal in de streek van het Bodenmeer (Konstanzmeer) van het hedendaagse Zwitserland. Toegeschreven aan Meester Heinrich van Konstanz, ca 1300.
De beeldjes zijn ongeveer 60 cmhoog. (59.1 x 30.2 x 18.4)

DP344572.jpg


Uit notenhout gesneden met de originele beschildering en verguldsel nog helemaal intact, hebben beide figuren een met een kristal-bedekte opening waardoor het beeld van hun kinderen te zien was.
Deze afbeelding van de visitatie (het bezoek) inbegrepen de beelden van de nog ongeboren Jezus en Johannes is met een zekere regelmaat  terug te vinden in de Duits sprekende landen.
Maria plaatst teder haar hand op Elisabeth’s schouder terwijl haar nicht haar arm naar haar borst brengt als een referentie naar haar verklaring: ‘Wie ben ik, dat de moeder van de Heer mij zou bezoeken??’ (Lukas 1:43) Tekst die als inscriptie op het beeld te vinden is: VNDE HOC MICHI VI VENIAT MAT(ER)
Deze ontmoeting is te bewonderen in het Metropolitan Museum in New York, gallery 304.

 

DP266473.jpg



Een verwant beeld is een ‘Schrijn van de Maagd’, zelfde datum, afkomstig uit de Rijn-vallei in Duitsland, zelfde tijd, circa 1300.
Dit devotie-schrijn bevestigt het christelijk geloof in het wonder van de incarnatie waardoor God een menselijk lichaam en een menselijke natuur aannam, en daarmee  het menselijke en het goddelijke verenigt.
Gesloten is het een beeldje van de tronende Maagd Maria die haar kind voedt.  Geopend is het de representatie van de heilige Drievuldigheid.
(Alleen God de Vader heeft de tijd overleefd, de figuren van Christus en duif die de heilige Geest moet voorstellen zijn verloren gegaan.)
Op de vleugels zijn scènes van de Geboorte aangebracht. Eveneens te zien in het Met.

 

DP266472.jpg


Dit zijn zowat de technische details, geschiedenis, materiaal, context.
Het raadsel echter begint bij de ervaring, de emotie.
De brug tussen deze wereld en de onze is circa  700 jaar lang.
Je kunt de schoonheid niet afschuiven op de ongewilde primitievere vormgeving waarin zij de bijbelverhalen verbeelden. Hun authenciteit overstijgt wat wij ‘ beperking’ noemen.
Juist door de essentie weer te geven, meestal vanuit een ervaren geloof in wat zij verbeelden, verdwijnt het onnodige.

De twee vrouwen zijn (edele) vrouwen van hun tijd maar net de vormgeving verhindert dat wij in dat tijdsbeeld blijven hangen en wel de geschiedkundige en verhalende kenmerken begrijpen maar blind voor het wonder zouden zijn dat zij proberen weer te geven: een verre god uit het oude testament neemt de gestalte aan van een kind via het lichaam van een vrouw. Dichterbij de mens is nauwelijks denkbaar.
Ook als niet gelovige kun je door dit mysterie ontroerd worden: de bijna naïeve opvatting dat een opperwezen een kind wil zijn, niet door plotseling uit een bloem of een ster te verschijnen maar via de niet altijd makkelijke menselijke weg.
Vanuit de menselijke verlangens bekeken een poging die het rationele nooit kon maken net zoals muziek allerlei andere vormen van voelen en denken mogelijk maakt.
Ik denk dat daar de opening ligt: niet verklaren maar leren ‘aanschouwen’ om dat oude mooie woord te gebruiken.

 

DP266392.jpg

 

18:14 Gepost door indestilte

De commentaren zijn gesloten.